Gouden Eeuw

Het was een opmerkelijk feit, dat de Nederlandse Opstand samenging met een Gouden Eeuw. Dat viel ook tijdgenoten op, zoals onder meer de beroemde Amsterdamse burgemeester Cornelis Pieterszoon Hooft. Hij merkte op dat in het algemeen oorlogen land en volk verwoesten, maar dat in het geval van de Noordelijke Nederlanden de economie in deze tijd alleen maar leek te verbeteren. In de recente historiografie zien economisch historici dat de economische opbloei rond 1585 begon, na de eerste moeilijke beginjaren.

Daar zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen, en niet het minst het bestaan van een reeds hoog gecommercialiseerde economie en uitgebreide handelsnetwerken. Maar die kunnen de economische opbloei niet verklaren, want de instandhouding van die handelsnetwerken kostten in de eerste decennia ook veel geld (koloniale betrekkingen gingen pas in de jaren 1640 echt renderen), terwijl andere landen die een vergelijkbare structuur hadden, zoals de Zuidelijke Nederlanden of Engeland, het economisch juist helemaal niet goed deden. Recentelijk is de visie ontstaan dat de verklaring vooral gezocht moet worden in de commercialisering van de oorlogvoering.

Want oorlog voeren vereiste een zeer complexe en dure organisatie. Anders dan in vrijwel alle andere landen die in die tijd in oorlog waren, hadden de vergaande hervormingen van Willem van Oranje en Maurits van Nassau ervoor gezorgd dat het leger en de vloot onder expliciete civiele controle waren komen te staan. De burgerlijke overheid besliste over de uitbreiding en de inzet van de troepen, en kon daar dus ook veel meer dan elders voorwaarden aan verbinden. De logistieke innovaties betroffen vele terreinen. De betaling van de soldaten zelf  werd nu veel regelmatiger dan waar ook in de wereld. Dat betekende dat muiterijen eigenlijk tot het verleden behoorden, zodat burgers zich veel veiliger konden voelen, en dat de soldaten gewoon voor hun consumpties betaalden, in plaats van gedwongen te zijn zelf op pad te gaan voor hun eerste levensbehoeften. De huisvesting van de soldaten kwam onder provinciale en lokale controle, met als gevolg dat mensen die soldaten onderdak verschaften daar ook een goede compensatie voor kregen, wat onder meer voor menige weduwe die een kamer over had een goede aanvulling van het inkomen was. Het hele wapenarsenaal van de Republiek werd gestandaardiseerd, zodat de handwerkslieden in de wapenwerkplaatsen precies wisten waar vraag naar was, wat resulteerde in vergaande specialisatie en efficiëntie van de productie. Nederland werd daardoor een belangrijke wapenexporteur. Wapenhandelaren mochten de arsenalen van het Staatse leger gebruiken voor opslag; indien er plotseling een grote buitenlandse vraag was naar bijvoorbeeld musketten konden zij ook de legervoorraden gebruiken. 

Deze hervormingen in de logistiek gingen gepaard met wijzigingen in de tactiek, waar vuurwapens een grotere rol gingen spelen. Dit bracht een intensief trainingsprogramma voor de soldaten met zich mee en resulteerde in een meer efficiënt legerapparaat dat de verdediging van het Nederlandse grondgebied veilig stelde. Dankzij die veiligheid was een groot deel van het Nederlandse grondgebied in de eerste helft van de zeventiende eeuw een baken van rust, in een Europa dat overal elders vooral leed onder voor zichzelf opererende soldaten, muiterijen en opstanden. Dat was ook de reden waarom de beroemde Franse filosoof René Descartes zich juist in Nederland wilde vestigen: hij stelde dat ondanks de grote aanwezigheid van troepen het wel leek of het er vrede was. De grote mate van discipline van het leger in de garnizoenen werd gewaarborgd door een sterk belastingstelsel en een groot vertrouwen van Nederlandse investeerders in de staatsschuld, zodat de financiële buffers groot konden zijn. En ook daar kon flink aan worden verdiend, in die staatsschuld, want de interesten werden op tijd betaald.

Al met al kenmerkte de Nederlandse Republiek zich dus door een manier van oorlogvoering die de economie niet hinderde, maar juist stimuleerde. Vooral de provincie Holland wist zich enorm door de oorlog te verrijken. De Nederlandse rijkdommen die werden vergaard tijdens de Opstand zouden nog lang doorwerken: zij legden de basis voor het aantrekken van nieuwe en latere rijkdommen.

Marjolein ‘t Hart

Literatuur

Marjolein ‘t Hart, The Dutch Wars of Independence. Warfare and Commerce in the Netherlands 1570-1680(Londen, Routledge 2014)