Diest


Geschiedenis

Diest is gelegen in de Demervallei, op de grens van het Hageland en de Kempen. Door haar strategische ligging tussen het hertogdom Brabant en het graafschap Loon is de geschiedenis van de stad steeds gekenmerkt geweest door aanzienlijke troepenbewegingen. Diest is een heerlijke stad, dit wil zeggen dat ze werd bestuurd door een dynastie van heren die relatief onafhankelijk van het hertogdom Brabant hun eigendommen konden besturen. In de vijftiende eeuw raakte het geslacht van de heren van Diest uitgestorven. Willem, hertog van Gulik, huwde met de laatste erfdochter en ruilde in 1497 zijn bezittingen met Engelbert II, graaf van Nassau. Zo kwam Diest in de handen van de familie Nassau (later Oranje-Nassau).
In het Wonderjaar 1566 bleef het rustig in Diest. Vanaf 14 september van datzelfde jaar kwam een troepenmacht van de centrale overheid aan in de stad en nam de patrouilles van de speciaal opgerichte burgerwacht over. Dit was één van de vele garnizoenen die de stad tijdens de Tachtigjarige Oorlog en daarna zou moeten huisvesten.
In 1568 poogde de hertog van Alva de Spaanse troepen in Diest – als heerlijke stad in eigendom van Willem van Oranje – te versterken, maar hij werd tegengehouden door de burgerbevolking. Uiteindelijk konden de Spanjaarden met veel moeite de tegenstand breken. Als straf werd aan de Diestenaren het onderhoud van een tercio van het gevreesde Ejército de Flandes opgelegd. De betrokkenen bij de rellen werden aangehouden en veroordeeld. Een aantal werd op de Grote Markt terechtgesteld. Op 19 maart 1572 deed een uitzonderingsrechtbank uitspraak: Diest werd geconfisqueerd door de koning. De stad verloor haar privileges, zowel stedelijk als ambachtelijk en werd veroordeeld tot het betalen van een boete en het afbreken van haar vestingen. Deze veroordeling had geen gevolgen voor het dagelijkse leven in de stad: het bestuur werd de facto reeds waargenomen in naam van de koning.
In 1572 werd Diest opnieuw ingenomen door de geuzen. Ondanks de versterking van de stadspoorten, slaagden twee Diestenaren erin om de Schaffense Poort te openen voor de aanstormende troepen. Door de snelheid van de inval was de stad vrij snel onder controle. Amper een maand later slaagden de Spanjaarden erin om de geuzen opnieuw te verdrijven en de stad te heroveren.
Diest was strategisch gezien van erg groot belang, zowel door haar ligging als door haar symbolische waarde als eigendom van de familie Nassau. Op 8 juni 1580 werd de stad voor een derde keer ingenomen en geplunderd door het huurlingenleger van Willem van Oranje. Ze verrasten het Spaanse garnizoen dat in Diest verbleef. Na enkele hardnekkige gevechten op en rond de Grote Markt, sloegen de troepen in dienst van de Spaanse koning op de vlucht. Ook deze inname was geen lang leven beschoren. Op 25 mei 1583 werd Diest voor een laatste keer ingenomen door het Spaanse leger.
Na de dood van Willem van Oranje waren er langdurige onderhandelingen over diens erfenis. In 1600 werden deze min of meer beslecht in het voordeel van Maurits en zijn broer Frederik Hendrik . Oranje’s oudste zoon Filips Willem kreeg een aantal bezittingen waar hij recht op had terug, onder meer de gebieden in de Dauphiné, het burggraafschap van Besançon en de baronie aandringen tot de teruggave van een aantal geconfisqueerde gebieden waaronder Grimbergen, Steenbergen , Zichem en Diest. In 1603 hield Filips Willem dan ook zijn Blijde Intrede in deze stad.
Filips Willem verbleef de laatste jaren van zijn leven lange tijd in Diest. Zijn heerschappij bezorgde de stad de erkenning van het privilege van de paardenmarkt, een inkomst die meer dan welkom was gezien de benarde stedelijke financiën. Hij stelde ook de gemene heerlijke gronden aan de rand van de stad ter beschikking van de Diestenaren. Ter bevordering van de rivierscheepvaart liet hij de Demer baggeren. Op religieus vlak ondersteunde hij de vestiging van een augustijnenklooster in de stad en drong hij aan op de oprichting van een Latijnse school. Hij schonk onder meer een glasraam voor de kapel van de minderbroeders. Hij zorgde tevens voor de heropbouw van de Allerheiligenkapel, die tijdens plunderingen verwoest was. In de geest van de Contrareformatie bevoordeelde hij ook het nabij gelegen en door de aartshertogen sterk gepropageerde bedevaartsoord in Scherpenheuvel en legde hij de grenzen vast met het naburige Zichem.
Filips Willem overleed op 21 februari 1618 in het Hof van Nassau te Brussel. In zijn testament was vroeger reeds bepaald dat hij wenste begraven te worden in de dichtstbijgelegen Oranjestad. Zo kwam het dat zijn stoffelijk overschot ook vandaag nog in het hoogkoor van de Diesterse Sint-Sulpitiuskerk berust. Hij liet zijn erfenis integraal na aan zijn oudste broer Maurits.
De Tachtigjarige Oorlog betekende één van de moeilijkste periodes in de geschiedenis van de stad Diest. Tussen 1566 en 1609 werd de bevolking verschillende malen geteisterd door pestepidemies en hongersnoden. Het bevolkingsaantal ging sterk achteruit en de economie lag quasi lam door de vele plunderingen. Vanaf 1610 wist de stad geleidelijk aan de crisis te overwinnen. Diest was toen reeds herleid tot een kleiner centrum met louter regionale functie.

Petra Vanhoutte
Stadsarchivaris van Diest

Literatuur

Filips Willem, prins van Oranje, heer van Diest, 1554-1618 /Michel Van der Eycken red. Met bijdragen van Miet Adriaens, Ziggy Adriaensens, Hans Cools, Gustaaf Janssens, Johan Van der Eycken, Michel Van der Eycken, Petra Vanhoutte. – Amsterdam : Amsterdam University Press. – 196 p. : gekleurde ill. ; 20 p. ISBN 978 94 6298 853 8.

Vredehandel : adellijke en Habsburgse verzoeningspogingen tijdens de Nederlandse Opstand (1564-1581) / Violet Soen. – Amsterdam : Amsterdam University Press, cop. 2012. – 345 p. : ill. ; 25 cm. – (Amsterdam studies in the Dutch Golden Age). Ook verschenen als online resource. – Bibliogr.: p. 272-327. – Lit.opg.: p. 169-234. – Met index. ISBN 978-90-8964-377-3

Oranje-Nassau, Prins Filips-Willem en Diest / Michel Van der Eycken. – Diest : Sint-Sulpitiuskerk te Diest, 2010. – 74 p. ; 24 cm. – (Jaarboek 2010)

Dehantschutter, Jaan, Diest tussen Willem van Oranje en Filips II. 1568-1572. onuitgegeven licentiaatsverhandeling, KULeuven, 2003.

Filips Willem, prins van Oranje, heer van Diest, 1554-1618 /Michel Van der Eycken red. Met bijdragen van Miet Adriaens, Ziggy Adriaensens, Hans Cools, Gustaaf Janssens, Johan Van der Eycken, Michel Van der Eycken, Petra Vanhoutte. – Amsterdam : Amsterdam University Press. – 196 p. : gekleurde ill. ; 20 p. ISBN 978 94 6298 853 8.
Plaatsingscode UB Leiden: 8619 G 7

Diest en Sint-Jan Berchmans : 1599-1621 / Marc Brans. – [S.l.] : Het Streekboek, cop. 1999. – 70 p. : ill. ; 30 cm

Janssens, L. en Van der Eycken, M., Steden in beeld: Diest. Brussel, Algemeen Rijksarchief, 1994.

Het dekenaat Diest, 1599-1700 : bijdrage tot de studie van de katholieke hervorming in het aartsbisdom Mechelen / Tony Morren. – Leuven : Belgisch Centrum voor Landelijke Geschiedenis, 1993. – XXV, 469 p. : ill., tab. ; 24 cm. – ([Publication] / Belgisch Centrum voor Landelijke Geschiedenis ; 103)

Diest, Aarschot en Zichem : De Demersteden en hun heren vóór het einde van de zestiende eeuw / R.A. van Uytven. – Assen [etc.] : Van Gorcum, 1988. – p. 183-192. In: De heerlijke stad : achtste colloquium “De Brabantse Stad”, Bergen op Zoom, 2 en 3 oktober 1987: (1988), p. 183-192.

Het onderwijs in het decanaat Diest tijdens de 17e eeuw / Tony Morren. – Leuven : Belgisch Centrum voor Landelijke Geschiedenis, 1981. – 118 p. : ill. ; 24 cm. – (Publikatie / Belgisch Centrum voor Landelijke Geschiedenis ; nr. 62)

Diest en het huis Oranje-Nassau : tentoonstelling Diest-Stedelijk museum 1 juni-14 september 1980. – Diest : Stedelijk museum, 1980. – 135 p. : ill. ; 25 cm. – (Diestsche cronycke ; 3)

Geschiedenis van Diest / door Michel van der Eycken. – [Diest] : Stadsbestuur, 1980. – 383 p. : ill. ; 24 cm. Met lit.opg. en reg.

Van der Eycken, M., Diest en het huis Oranje-Nassau. Tentoonstellingscatalogus. (Diestse Chronijcke, 3), Diest, 1980.

Van der Eycken, M., “Diest tussen Beeldenstorm en Twaalfjarig bestand. 1566-1609” in: Catalogus oude kunst in privébezit. Diest, 1976, pp 25-49.

Peeters, J., “Bijdrage tot de omschrijving van de fiskale en juridische tegenstellingen tussen de stad Diest en de buitenbank van Kagevinne in de 16e eeuw” in: Eigen Schoon en de Brabander, 58 (1975), pp 1-8.

Van Autenboer, E., “De schutters- en ambachtslieden van Diest in 1569”, in: Vlaamse Stam, 3 (1967), pp 277-294.

Het oude Diest / D. Dubois. – Diest : [s.n.], [1934] (Diest : Uten). – 260 p. : ill. ; 23 cm

Edmond Poullet ed., Correspondance du cardinal de Granvelle, 1565-1586 (12 dln., Bruxelles, 1877-1896) III, 470-471

Het kerkelijk en liefdadig Diest : geschiedenis der kerken, kapellen, kloosters, liefdadige gestichten enz., welke in deze stad vroeger bestonden of thans nog bestaan / door F.J.E. Raymaekers. – Leuven : Peeters, 1870. – 580 p. : ill. ; 23 cm

Geschiedenis der stad Diest. – Diest : Ad. Havermans, 1847-…. – 2 dl. ; 17 cm

Bydragen tot de geschiedenis van Diest en omstreken : historische oogslag op het steedje Scherpenheuvel. – Diest : Ad. Havermans, 1845. – 90 p. ; 17 cm

Oude drukken

1612: Beschryvinghe van alle de Neder-landen door Ludovico Guicciardini, vermeerderde uitgave, p. 15, 112-113, 133.

Proclamatie byde eertzhertoghen van Oostenrijck ghedaen, teghens de ghemutineerde van Diest, daer by hare hoocheden deselve bevelen binnen vierentwintich uren uyt alle hare landen te vertrecken, op pene van de Galghe. – s’Graven-haghe, H. Iacobsz., 1607, 1607. – 4 p. ; in-4. – [A]2. Issued 04-12-1607. – Knuttel 1390 / Knuttel 1390a. Plaatsingscode UB Leiden: KL.GES 1607: 12

Men adverteert eenen yeghelijcken, dat mijnen heeren den Staten van Hollandt … vercoopen willen alle de landen ende thienden toebehoort hebbende die vande cathusers van Zeelhem buyten Diest. – Z.pl., z.n., 1586. – plano. ; 36 cm. Petit 436.
Plaatsingscode UB Leiden: THYSPF 666