Franciscus Sonnius

Rooms-katholiek theoloog en inquisiteur, bisschop van s-Hertogenbosch, bisschop van Antwerpen.

Son (bij Eindhoven), 1506 Antwerpen, 29 juni 1576

Biografie

Pastor en inquisiteur

Frans van de Velde, zoals zijn Nederlandse naam luidde, was van eenvoudige afkomst en kwam door leren hogerop. Hij kreeg zijn eerste opleiding in het Fraterhuis in Den Bosch en daarna aan het Willibrord-college in Utrecht. Vervolgens kon hij als armlastig student terecht in het Standonck-college in Leuven, vanwaar hij filosofiecolleges volgde in de Park-abdij. Na ook nog een jaar medicijnen te hebben gestudeerd openbaarde zich bij hem zijn ware roeping: de theologie. Zijn studies verliepen vlot en na zijn priesterwijding stond hij als pastoor in Meerbeek en Leuven. Hij was een leerling en later vriend van Ruard Tapper, en werd evenals deze een steunpilaar van de orthodoxie, verknocht aan de Moederkerk. In 1539 verwierf hij de doctorshoed. Sonnius ontving verschillende prebenden en in 1543 trad hij zelfs een half jaar op als rector van de Leuvense universiteit.
In het gezelschap van Charles de Cro, bisschop van Doornik, woonde Sonnius het Concilie van Trente bij, dat op 13 december 1545 geopend werd. Hij bleef daar tot 2 juni 1547. Vervolgens was hij enige jaren werkzaam als inquisiteur in Holland, Zeeland en Gelderland. Daarna was hij als afgevaardigde van Karel V en de Universiteit van Leuven bij de tweede zitting van het Concilie van Trente (mei 1551-april 1552). Terug in de Lage Landen stuurde landvoogdes Maria van Hongarij hem op last van Karel V als inquisiteur naar Friesland, Groningen en Overijssel, om er de strijd tegen de ketterij aan te binden en priesters en gelovigen op het rechte spoor te houden. Daarbij onderscheidde Sonnius zich zowel door zijn onvermoeibaarheid als door zijn milde houding tegenover de afgedwaalden. In de dagelijkse praktijk moest hij constateren hoe groot de onwetendheid bij de grote massa was, hoe gebrekkig de kerkelijke discipline, in de hand gewerkt door de uitgestrektheid van de bisdommen. Door zijn preken en gedrukte werken probeerde hij de onwetendheid te bestrijden. Daarbij toonde hij zich een groot didacticus. die door zijn woord zowel het volk als zijn collega-priesters wilde onderwijzen. Overtuigd van het belang de gewone man te moeten bereiken, publiceerde hij ook in het Nederlands. Hij kon bogen op een enorme kennis van de heilige boeken en de kerkvaders en betoogde altijd dat het Woord van God niet alleen uit de Heilige Schrift spreekt, maar ook uit de traditie.

Organisator van de bisschoppelijke herindeling

Sonnius was ook de grote man achter het plan tot de bisschoppelijke herindeling van de Nederlanden. Door meer bisdommen te vormen en dus meer bisschoppen te benoemen kon er beter voor de geloofsverkondiging en het zieleheil van de inwoners worden gezorgd. Weliswaar waren Filips II en Granvelle de instigatoren van het plan, maar Sonnius was degene die alles in de praktijk moest uitwerken. Op last van Filips II werkte Sonnius voorstellen uit, die hij ook zelf aan de paus moest voorleggen. De uitgebreide koninklijke instructie voor Sonnius was door Filips getekend op 8 maart 1558. Op 25 maart ging Sonnius op reis en op 13 mei kwam hij in Rome aan. Hij sprak er allerlei invloedrijke kerkvorsten voordat hij op 31 mei 1558 door paus Paulus IV zelf in audiëntie werd ontvangen. Een jaar later werd op 12 mei de bul Super universas orbis ecclesias opgesteld, die de paus op 31 juli ondertekende. Op dezelfde dag vaardigde de paus bovendien de stichtingsacte uit van de universiteit in Douai , de tweede universiteit in de Nederlanden, speciaal bedoeld voor de Franstalige inwoners.
Sonnius zond de bul dadelijk naar de koning, die het stuk in handen kreeg een paar dagen voordat hij vanuit Vlissingen naar Spanje zou vertrekken. Op 23 augustus stelde Filips een commissie in van vijf leden die de bul praktisch moesten uitvoeren, dat wil zeggen: die de de exacte grenzen van de bisdommen moesten vaststellen en bepalen waaruit de bisschoppen hun inkomsten zouden trekken. Het was opnieuw Sonnius die hun bevindingen redigeerde in een uitvoerig rapport, dat op 4 mei 1560 in Rome werd ingediend. Dit rapport lag ten grondslag aan de vervolgens afgekondigde grensbullen, waarin de meer specifieke bepalingen bekend werden gemaakt: Ex injuncto nobis (11 en 12 maart 1561), De statu omnium ecclesiarum (11 maart 1561) en Regimini universalis (7 augustus 1561).

Eerste bisschop van s-Hertogenbosch

Op 1 juli 1560 benoemde de paus Sonnius tot algemeen inquisiteur in de Nederlanden. In hetzelfde jaar benoemde Filips II Sonnius tot eerste bisschop van s-Hertogenbosch, maar pas op 10 maart 1561 kwam de pauselijke bevestiging uit. Daarna was er weer een koninklijk placet nodig, dat tot 6 november 1562 op zich liet wachten, kennelijk om Sonnius de tijd te geven eerst zijn werk als inquisiteur af te maken. De trage benoemingsprocedures maken duidelijk dat de ambtelijke molens tergend langzaam draaiden, ook wanneer paus en koning hetzelfde doel voor ogen hadden en het over dezelfde personen eens waren. De zielenood van de bevolking verdween menigmaal naar de achtergrond als het ging om de organisatie van de macht.
Op 8 november 1562 werd Sonnius door kardinaal Granvelle tot bisschop van Den Bosch gewijd, in de Kapel van het Sacrament van Mirakel te Brussel. Maar het duurde tot 18 november voor hij als bisschop ter plaatse werd geïnstalleerd. Adel, geestelijkheid en hogere burgerij aanvaardden hem met instemming, maar de lagere burgerij en de ambachten waren tegen. Er verschenen toen al spotschriften tegen Sonnius, de eerste in een lange reeks. Omdat de bullen die de grenzen en de financiering van de bisdommen moesten vastleggen nog niet waren afgekondigd, had Sonnius buiten Den Bosch nog niets te vertellen en evenmin had hij geld om zijn uitgaven te bekostigen. Met de eerste bisschop van Roermond, Wilhelmus Lindanus, die vanwege de troebelen zijn bisschopszetel nog helemaal niet kon innemen, heeft Sonnius dan ook eerst een bezoek gebracht aan de nieuwe universiteit van Douai. De lijdensweg om zichzelf als bisschop overal erkend en zijn uitgaven gefinancierd te zien was lang en ingewikkeld. Toch gaan we er hier op in omdat het verhaal ervan typerend is voor de vasthoudendheid en beginselvastheid van Sonnius. De Staten van Brabant verzetten zich hevig tegen de dotatie van enkele abdijen aan de nieuwe bisdommen in hun territorium. De bisschop van Den Bosch zou abt van Tongerlo worden, de bisschop van Antwerpen abt van Sint-Bernard te Hemiksem en de kardinaal-aartsbisschop van Mechelen was de abdij van Affligem toebedacht. Met dien van verstande dat dat pas kon gebeuren als de zittende abten zouden zijn overleden. In de tussentijd zouden de bisschoppen een stipendium van de koning krijgen, die echter geen geld had. De zittende abten lieten zich niet onbetuigd en zonden een deputatie naar de koning en de paus; hangende de affaire weigerden zij ook andere betalingen te verrichten. De stad Antwerpen verzette zich heftig tegen de komst van een bisschop in de stad en bepleitte de totstandkoming van één bisdom (in plaats van drie) voor Brabant, met als bisschopszetel Leuven. Toen op 4 januari 1563 de beoogde, maar nimmer aanvaarde bisschop van Antwerpen overleed, Filips Nigri, vertrok opnieuw een Antwerpse delegatie naar de koning. In de daarop volgende onderhandelingen tussen enerzijds de abten en anderzijds de Brusselse regering, kwam men overeen om het bisdom Antwerpen tussen Den Bosch en Mechelen te verdelen. De drie genoemde abten zouden jaarlijks 8000 gulden betalen ter financiering van de bisschopsstoelen. Sonnius stelde de verdeling op, daarbij wat kleinere inkomsten reserverend voor de benodigde tweede 8000 gulden. Op 30 juli 1564 haalde Filips II bakzeil: hij ondertekende een overeenkomst met de abten van Brabant, waarin hij beloofde bij de paus er op aan te zullen dringen om de dotatie van de drie grote abdijen ongedaan te maken, op voorwaarde dat de abten jaarlijks 8000 gulden zouden afdragen. Sonnius was het met deze afspraken niet eens, maar zwichtte onder druk van de koning.
In november 1564 benoemde de koning niet Sonnius maar Jacques Veltacker uit Diessen tot nieuwe abt van Tongerlo, de abdij die gedacht was als inkomstenbron voor de bisschop van Den Bosch. Veltacker wilde wel jaarlijks 4000 gulden afdragen, op voorwaarde dat Sonnius zou afzien van de incorporatie van de Tongerse abdij. Weer een half jaar later, op 11 juli 1565 gaf Margaretha van Parma de opdracht aan de bisschoppen om zonder reserve de bepalingen van het Concilie van Trente te publiceren. Sonnius liet met toestemming van de landvoogdes op 22 september 1565 eerst de bul afkondigen betreffende de grenzen van de bisdommen, waarin dus geen sprake was van een herverdeling van het bisdom Antwerpen. Weer een maand later, op 23 en 24 oktober, werden in het koor van de kerk van de Predikheren plechtig de bepalingen van het Concilie van Trente afgekondigd. In het Nederlands die voor het gewone volk, in het Latijn die voor de priesters. Ook Sonnius zelf preekte in beide talen. De lagere geestelijken die voortaan van zijn diocees deel uitmaakten, waren allen naar Den Bosch gekomen, ongeacht de protesten van de zijde van de Luikse bisschop, die een deel van zijn bisdom met lede ogen naar dat van Den Bosch overgeheveld had gezien.
Nieuwe spanningen voor Sonnius in het jaar van de Beeldenstorm , 1566. Hij was op dienstreis in de Kempen en bevond zich in Westerlo, op de grens van zijn bisdom, toen hem het bericht van de beeldenstorm in Antwerpen bereikte. Omdat hij als inquisiteur te boek stond, had hij reden voor zijn leven te vrezen en vroeg hij aan Viglius wat hij het beste kon doen: onderduiken of een veilig heenkomen zoeken in Keulen? Hij week uit naar Leuven, waar hij een onderkomen vond in het Pauscollege. Daar greep hij als vanouds naar de pen en op 1 maart 1567 ondertekende hij het woord vooraf bij een Latijnse verhandeling over de misvattingen in de calvinistische leer. Dit stuurde hij naar Viglius en naar koning Filips II en hij liet het volgen door een vertaling in het Nederlands: Cort bewys der dwalinghen valscheden ende misbruycken in die belydinghe der Calvinisten menichfuldelyck verspreyt. Int licht ghebracht by Franchois van den Velde, liefhebber der waerheyt (Leuven, J. Bogaerts). Toen de stormen van de beeldenbrekerij waren gaan liggen, predikte Sonnius in de belangrijkste parochies op het platteland, van 23 maart tot 11 april 1567, maar de stad Den Bosch zelf bleef voor hem ontoegankelijk, zo vast hadden de andersdenkenden de stad in handen. De hem door de abten toegezegde gelden waren nog steeds niet betaald en ook de griffier van de Staten van Brabant belette iedere uitbetaling. Pas op 2 mei 1567 hebben koninklijke troepen de orde in Den Bosch hersteld door de calvinisten buiten te zetten. Op 30 mei kwam Sonnius weer in Brussel, nadat hij daags te voren in Heusden was voorgegaan in de viering van Sacramentsdag . De partij die de Hervorming was toegedaan bleef echter sterk in Den Bosch en in 1568 zag Sonnius zich opnieuw gedwongen de stad te verlaten. Pas de sterke arm van de hertog van Alva herstelde Sonnius in zijn ambt. Na heen-en-weer-geschrijf tussen hertog, koning en paus werd ook de kwestie van de dotatie van de bisdommen geregeld en op 30 augustus 1569, dus tien jaar (!) na de afkondiging van de bisschoppelijke herindeling, kon Sonnius bezit nemen van de abdij van Tongerlo.

Eerste bisschop van Antwerpen

Nog geen maand later liet Alva de bisschop weten dat de koning zijn overstap naar Antwerpen wenste. Paus Pius V bevestigde deze benoeming in zijn breve van 13 maart 1570. Tegelijkertijd werd Laurentius Metsius als opvolger in Den Bosch benoemd. Overigens: verschillende auteurs vergissen zich wanneer zij deze benoeming op 13 maart 1569 plaatsen. De pauselijke kanselarij hanteerde de Maria Boodschap-stijl, en liet het nieuwe jaar dus op 25 maart beginnen, wat in de Nederlanden bijvoorbeeld ook in de steden Haarlem en Delft het geval was. Zo moeizaam als Sonnius vestiging in Den Bosch verliep, zo glad verliep zijn installatie in Antwerpen. Op 1 mei werd hij in de stad ontvangen en geïnstalleerd, in aanwezigheid van de hertog van Alva, Viglius, de graaf van Megen en andere hooggeplaatste personen. Vanaf die dag toonde Sonnius zich een ijverig pastor, die stad en land afreisde om te preken, altaren en kerken opnieuw in te wijden, de sacramenten toe te dienen en scholen op te richten.
Van 11 juni tot 15 juli vond in Mechelen de bisschoppelijke synode plaats ter bespreking van de noden van de kerk. Alle bisschoppen waren uitgenodigd door de aartsbisschop dus de afwezige en door Morillon vertegenwoordigde Granvelle om hun ideeën op papier te zetten. De stukken van Sonnius en Lindanus dienden als discussiestuk. De 46 punten die Sonnius had opgesteld betroffen met name de verbetering van het godsdienstig onderwijs. Theologen moesten een opleiding in het preken krijgen en studenten medicijnen en rechten moesten verplicht worden om een aantal colleges theologie te volgen, om ook op godsdienstig terrein juist geïntroduceerd hun intree in de maatschappij te maken. Opnieuw was Sonnius de spilfiguur in de bisschoppelijk synode en hij was ook degene die de besluiten voor de druk gereed moest maken.
Op 16 juli 1570 vond in Antwerpen de plechtigheid plaats waarbij het Generaal Pardon werd afgekondigd, waarbij door de koning en de paus vergiffenis werd geschonken aan al degenen die spijt hadden van hun opstandig gedrag. Sonnius was degene die het pardon in het Nederlands mocht voorlezen, terwijl Franois Richardot, bisschop van Atrecht, het in het Frans deed. Opnieuw waren de hoogste figuren uit het staatsbestel aanwezig: de hertog van Alva, president Viglius, de ridders van het Gulden Vlies, en Maximiliaan van Bergen, aartsbisschop van Kamerijk. In de praktijk maakte echter vrijwel niemand van de regeling gebruik.
Van 4 tot 6 februari 1574 belegde Sonnius in Antwerpen een synode voor zijn eigen bisdom, dat hij had onderverdeeld in het aartspriesterschap Antwerpen en de dekanaten Herentals, Lier , Bergen-op-Zoom en Breda . De drukkerij van Plantijn drukte de decreten als aanhangsel bij de publicatie van de besluiten van de bisschoppenconferentie in Mechelen in 1570. De nadruk lag opnieuw op het onderwijs. Zo moest elke parochie een eigen school hebben, waar gebruik gemaakt moest worden van de door Sonnius geschreven boekjes. Elke dag moesten de leerlingen de schooldag besluiten door in het Nederlands het Onze Vader te zingen, de geloofsbelijdenis en de tien geboden. Praktisch ingesteld als Sonnius was, zorgde hij zelf voor het boekje: Een bequaem maniere om jonghers soetelyck by sanck te leeren tgene dat alle kersten menschen moeten weten (Antwerpen: weduwe Taverniers, 1570). In een andere bepaling werden de priesters gelast om in het Nederlands uiteen te zetten wat de betekenis was van de sacramenten en dat deze een goddelijke instelling waren, en dus niet door mensen uitgevonden, zoals menigeen dacht. Ook daarvoor leverde Sonnius een boekje: Instructie voor die pastoren, om tonderwysen haer ondersaten van die seven sacramenten uut den woorde Gods (Antwerpen: Antoni Tilens, 1571). Hoewel hij bij de synode van Mechelen in 1570 had gepleit voor een seminarie in elke bisschopsstad, kwam hij door de nood der tijden niet toe aan de oprichting van een seminarie in zijn eigen Antwerpen. Daar moest hij zich tevreden stellen met het seminarie dat de jezuïeten er hadden gesticht. De hertog van Alva moest doorgaans van jezuïeten niets weten, maar diens opvolger Requesens begunstigde hen, zodat Sonnius op 12 maart 1575 voorging bij de plechtige installatie van het jezuïetencollege te Antwerpen. [hotêl dAix, cest où?] Sonnius was vrijwel altijd aanwezig bij de installatie van zijn collega-bisschoppen, installaties die overigens meestal in een van de Brabantse steden plaatsvonden (meest Brussel, maar ook Leuven en Antwerpen) voordat de kandidaten van hun eigen steden bezit konden nemen (als dat door de nood van de tijden al plaats kon vinden).
Als bisschop van de belangrijkste stad in de Nederlanden kreeg Sonnius uiteraard te maken met de politieke en militaire gebeurtenissen van zijn tijd. Toen het nieuws was bekend geworden dat op 7 oktober 1571 Don Juan van Oostenrijk bij Lepanto de vloot van de Turken had verslagen, hield Sonnius op 18 november een preek over de gelukkige gevolgen hiervan voor de christenheid. Toen de koninklijke troepen van 1 tot 3 oktober Mechelen hadden gebrandschat en tal van inwoners waren gedood of gekwetst, organiseerde Sonnius een hulpactie die veel geld opbracht, waardoor menig Mechelaar er weer bovenop kwam. Op 16 april 1573 zegende hij de vloot die onder leiding van Beauvoir versterking moest brengen aan het eiland Walcheren, dat grotendeels in handen was van de geuzen.
Het laatste wapenfeit van Sonnius betreft de tweede synode van zijn bisdom, gehouden in mei 1576. Andermaal lag de nadruk op de instructie van de geestelijkheid en het onderwijs aan de kinderen. Op 29 juni 1576 overleed Sonnius, op van alle inspanningen. Op 3 juli werd hij ten grave gedragen in het koor van de kathedraal, terwijl zijn hart werd bijgezet in de abdijkerk van Sint-Bernard. In 1616 werd in de kathedraal een praalgraf opgericht ter ere van Sonnius, dat in 1798 bij de revolutionaire bewegingen van dat jaar werd vernietigd.

Anton van der Lem

Actueel

Tentoonstelling Tongerlo

Sonnius: Bisschop en abt tussen Tongerlo, Antwerpen en ‘s Hertogenbosch
Norbertijnenabdij, Tongerlo
28 april – 30 september 2012
www.tongerlo.org

Website

Thuis in Brabant.nl

Literatuur

A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden XVII (Haarlem, 1874) 850-852

Biographie Nationale de Belgique XXIII (Bruxelles, 1921-1923) 179-224 (A.C. de Schrevel)

Nationaal Biografisch Woordenboek : niet opgenomen

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden, 1912) 1346-1348 (C.F.X. Smits)Tentoonstellingsgids Sonnius bisschop en abt tussen Tongerlo, Antwerpen en ‘s-Hertogenbosch. – [Tongerlo : s.n.], [2012]. – 39 p. : ill. ; 17 cm. Tentoonstelling in de Norbertijnenabdij Tongerlo 28 april – 30 september 2012. – Omslagtitel.

Op weg naar tachtig jaar oorlog : het verhaal van de eeuw waarin ons land ontstond : over de voorgeschiedenis en de eerste fasen van de Nederlandse opstand / J.J. Woltjer. – [Amsterdam] : Balans, cop. 2011. – 498 p., [16] p. pl. : ill., krt. ; 24 cm/ Met lit. opg., reg. ISBN 978-90-5018-838-8 geb.

Een werk van lange adem : Franciscus Sonnius, de oprichting van de nieuwe bisdommen en de incorporatie van de abdij van Tongerlo / door Gert Gielis. – p. 43-59. In: De oprichting van de nieuwe bisdommen (1559) en de weerslag op de Kempen: (2010), p. 43-59.

Postma, F., `Nieuw licht op een oude zaak: de oprichting van de nieuwe bisdommen in 1559′, Tijdschrift voor Geschiedenis 103 (1990) 10-27

P.J. Begheyn, Franciscus Sonnius als inkwisiteur. Een bijdrage tot zijn biografie, Bossche Bijdragen. Bouwstoffen voor de geschiedenis van het bisdom s-Hertogenbosch 30 (1971) 85-154

J.J. Woltjer, Friesland in Hervormingstijd (Leiden, 1962) 112-115 (over de inquisitiereis door Friesland)

De Zuid-Nederlandsche Norbertijner abdijen en de opstand tegen Spanje : maart 1576-1585 / P. Emiel Valvekens. – Antwerpen [etc.] : Standaard-boekhandel, 1929. – XXVIII, 287 p. ; 25 cm. – (Recueil de travaux publiés par les membres des conférences d’histoire et de philologie de l’Université de Louvain. Série 2 ; fasc. 18). Tevens proefschrift Leuven.

Franciscus Sonnius als catecheet / [Th. Goossens] in: Historische opstellen opgedragen aan Prof. Dr. H. Brugmans ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam door zijn oud-leerlingen, leerlingen, vrienden en vereerders, 1904 – 7 Maart – 1929 / [bijdragen van H.A. Poelman … et al.]. – Amsterdam : s.n., 1929 (Amsterdam : “‘t Kasteel van Aemstel”). – 289 p. : ill. ; 26 cm. Met lit.opg.

Tongerloo en ‘s-Hertogenbosch : de dotatie der nieuwe bisdommen in Brabant 1559-1596 / Ambrosius Erens. – Tongerloo : Drukkerij der Abdij, 1925. – XLIV, 382 p. : ill. ; 26 cm. – (Vlaamsch historisch boekenfonds ; 2). Proefschrift Leuven – Zede- en geschiedkundige wetenschappen.

J. Kleyntjens, ‘Verzoek om intercessie voor Johannes Turck aan de bisschop van Antwerpen Fr. Sonnius’, De Navorscher (1923) 228-231

A. Erens, De zending van Sonnius te Rome omtrent het oprichten der nieuwe bisdommen in de Nederlanden (1558-1559), Bijdragen tot de Geschiedenis bijzonderlijk van het aloude hertogdom Brabant 14 (1922-1923) 101-127

Franciscus Sonnius in de pamfletten : bijdragen tot zijne biografie / door Thomas Joannes Adrianus Josephus Goossens. – ‘s-Hertogenbosch : G. Mosmans Zoon, 1917. – [VII], 233, 88, VIII p. ; 26 cm. Bevat ook latijnse tekst. – Proefschrift Amsterdam. – Bevat als bijlage met gefacs. titelbl. o.a.: D. Francisci Sonnii … adversus novos episcopos in Inferiori Germania factos, querela … 1567 / eorundem defensio, triduo post scripto exhibita, autore, ut putatur, Nicolao Castrensi. – Nicolaas de Castro is hier vermoedelijk Henricus Geldorpius. – Met lit. opg. – Reg. – Ook beschikbaar in microvorm.

A.H.L. Hensen ed., Eene inquisitie-reis door Friesland, Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 24 (1897) 215-245

Francisci Sonnii ad Viglium Zuichemem Epistolae / ex cod. autographo bibl. reg. Brux. edidit ex commentario de Sonnii vita et scriptis illustravit P.F.X. de Ram. – Bruxellis : Hayez, 1850. – XLVI, 116 p. ; 21 cm