dutch_bronnen_1559 05 12 ned.html

Super universas: de paus maakt de Nederlanden tot een zelfstandige kerkprovincie
12 mei 1559

Bron : Met de bul Super universas, ondertekend op 12 mei 1559, voorzag paus Paulus IV in een nieuwe bisschoppelijke indeling van de Nederlanden. De tekst wordt hier aangeboden in de Nederlandse vertaling bij Bor, ondertekend 18 mei 1559. De Latijnse tekst o.a. in A. Miraeus, F. Foppens, Opera diplomatica et historica (4 dln., Leuven/Brussel, 1723-1748) I, 472-476 en G. Brom, A.H.L. Hensen, Romeinsche bronnen voor den kerkelijk-staatkundigen toestand der Nederlanden in de 16e eeuw (R.G.P. grote serie, nr. 52) (Den Haag, 1922).

Toelichting : Eerst wordt uiteengezet waarom een nieuwe bisschoppelijke indeling nodig is: de bestaande indeling dateert uit de tijd waarin de lage landen dun bevolkt waren, maar inmiddels wonen er heel veel mensen. Nederland ligt tussen landen waar de ketterij voortgang heeft geboekt, waartegen de gelovigen moeten worden beschermd. De Nederlandse kerkprovincies worden onttrokken aan de buitenlandse aartsbisdommen Keulen en Reims. Daarna volgt de instelling van drie nieuwe aartsbisdommen binnen de Nederlanden, gevolgd door de onderverdeling in de bisdommen, met het noemen van de hoofdplaats en de kerk waar de nieuwe bisschop zal zetelen. Het aartsbisdom Mechelen kreeg Brabant en Vlaanderen onder zich, met als bisdommen Gent, Ieper, Brugge, Antwerpen, Roermond en Den Bosch. De Waalse gewesten kregen als aartsbisdom Kamerijk, met als bisdommen Atrecht, Sint-Omaars, Doornik en Namen. Ten noorden van de grote rivieren werd een aartsbisdom te Utrecht gevestigd, onderverdeeld in de bisdommen Leeuwarden, Groningen, Deventer, Haarlem en Middelburg. Om de onkosten van de bisdommen te bestrijden werden de bisschoppen tevens abt van een belangrijke abdij in hun bisdom, zodat zij de rijke abdij-inkomsten konden gebruiken. Zo werd de bisschop van Haarlem tevens abt van Egmond, de bisschop van Antwerpen kreeg de Abdij van Sint-Bernard-aan-de-Schelde te Hemiksem toegewezen en de bisschop van Middelburg de Onze Lieve Vrouw-abdij, en het bisdom Mechelen mocht beschikken over de abdij van Afflighem.
Koning Filips krijgt het recht om kandidaten te stellen voor het bisschopsambt, die vervolgens door de paus zullen worden benoemd, mits zij aan de voorwaarden voldoen en een academische graad in de theologie of rechten hebben.

Vindplaats : Pieter Christiaensz. Bor, Oorsprongk, begin, en vervolgh der Nederlandsche oorlogen, beroerten, en borgerlyke oneenigheden (4 dln., Amsterdam, 1679-1684) I, 24-26. Nota bene: de indeling in alineas is gemaakt door de redactie.
Paulus de Vierde bisschop, knecht der knechten, tot een eeuwige gedachtenisse. Wy, door schickinge des genen die alles regeert, en den welken alles gehoorsaemt, gestelt sijnde, hoe wel sonder onse weerdigheit, over de kerken der gehele werelt, keren om her over het velt des Heeren, de oogen onses verstants als een wakende herder, om te besien wat tot welstant en çieraet der landschappen en plaetsen, en tot der zielen saligheid der inwoonderen van dien nut en behoorlijk sy, en hoe dat hier over, bysonder in dese tijd, in welken den vyand des menschelijken geslachts in alle manieren uit is, om haerder zielen bederf, en uitroedinge de catholijke religie, van hoger hand moet gedisponeert worden, en sijnde onderstut met de hand Godes, achten wy dat wy behoren ja schuldig zijn in den vruchtbaren acker der strijdende kerke nieuwe aerts-bisdommen en bisdommen te planten, op dat door dusdanige nieuwe instellingen het volk tot meerder devotie werde gebracht, de Gods-dienst meer bloeye, en der zielen saligheid volge, en dat de treffelijke plaetsen, insonderheit die, de welke door Godes segen in menigte van inwoonders wassen en toenemen, met eerlijke tijtels, en behoorlijke faveur, vereert werden. Ten einde door dese nieuwe instellinge, daer toe helpende de regeringe der eerwaerdige prelaten, het volk steunende op het gene hen geleert wert met macht der apostolischer autoriteit, en in de toeneminge des rechtsinningen geloofs altijd toeneme in den Heere, en dat zy in het geestelijke niet en derven die toeneminge die zy in het weerlijk verkregen hebben, insonderheyd aengesien de devotie der catholijke coningen en princen sulx vereyscht;
Als wy dan de oogen onses verstand geslagen hadden op dat deel van ‘t Nederland, het welk van wegen rechte erffenisse is onder het gebied van onsen lieven sone in Christo, Philippus den catholijken conink van Spangien, wel wetende dat daer wel groten oogst is, maer weynig werklieden, door oorsake dat het land het welk wel eer ten tijde van de oprechtinge der cathedrale kerken hier en daer en van seer weinig volx bewoont wierd, nu van so veel natien en volkeren versien is, dat na advenant van de veelheit der seer vermaerde steden, en de menigte der castelen en dorpen aldaer weinig cathedrale kerken zyn, waer door komt dat so weinig bisschoppen met sulk een neerstigheit, als het wel van noden waer, sulk een menigte van zielen niet regeren konnen. ‘Twelk sommige van henluiden daerom ook te swaerder valt, om dat die gene die onder haer jurisdicti wonen verscheiden spraek en instellingen hebben, en ook sommige van haer sulke privilegien dat men se voor den bisschop niet beroepen en mach, waer door dan komt, datse in ‘t geloof en de lere der godsaligheit niet wel onderwesen, en sich vergrijpende van den bisschop gekastijt en konnen worden. Voorders en isser in dit gansche land, ‘t welk so vermaert is, en sich so wijt uitstrekt, niet een metropolitaen of opperste kerke, om de bisschoppen selfs te visiteren, en in haer schuldige plicht te houden, maer de kerken onder de welke die van Nederland staen, zijn buiten de jurisdictie ofte gebiet van den conink Philippus, en de aerts-bisschoppen der selver overmits vele en grote beletselen, en hebben nu lange hare suffraganen gansch niet dienstig geweest.
Bij welke grote inconvenienten noch dit komt, dat also dat selvige land by na rontom becingelt is en als belegert van ketters en schismatijke volkeren, het catholijke geloof en der zielen saligheid, door de listen, lagen, quade practijken, en seer schadelijke leringen der ketteren, aldaer seer pericliteert, door dese en andere redenen ons moverende, beweegt sijnde, willende ook voldoen de beden en het godvruchtig verlangen van den conink Philippus, de welke volgende sijne godsaligheit en liefde tot het catholijke geloof, met ons dikwils en seer ernstig door brieven en boden daer van gehandelt heeft, hebben wy also het der sake gewichtigheit vereischte, het selve met onse eerweerdige broeders de Roomse cardinalen rijpelijk overwogen hebbende, geen beter noch bequamer middel konnen vinden, tot behoudenis van het rechtsinnig geloof in die delen seer pericliterende, en der zielen saligheit, dan dat wy de diocesen van de oude kerken in dat land gelegen verdeilen souden, om te beter geregeert te mogen worden, en opgerecht hebbende nieuwe cathedrale kerken, daer over gesteld souden worden sulke bisschoppen, dewelke so met een goet exmpel als ook met het woord souden weiden de schaepkens haer toevertrout, en gesterkt sijnde met vrome en geleerde mannen, en van bequame dienaers geholpen, deselve soude bewaren voor de furie der gretige wolven, die op haer loeren. En hebben goet gevonden dat op bequame plaetsen van dat land opgerecht werden metropolitise op opperste kerken tot de welke men bequamelijk kan komen, en dat die daer over gestelt sijn hare suffraganen in hare schuldige plicht houden.
So ist dat wy na onse vaste wetenschap, en raed onser voorgenoemde broeders, en volheit der apostolike macht, ter eeren van God almachtig, en profijt van sijne heilige kerken, de kerken, steden, en diocesen van Camerijk, Utrecht, Atrecht en Dornik van de landschappen van Riemen [Reims, red.] en Ceulen, onder de welke zy, volgens het recht der opperste kerke gestaen hebben, voor eeuwelijk afscheiden, ontslaen, en separeren door apostolijke autoriteyt en teneur deser jegenwoordige, en Mechelen, Antwerpen, Haerlem, Deventer, Leeuwerden, Groeningen, Middelburch, s’Hertogen-Bosch, Ruermonde, Namen, S. Omer, Iperen, Gent, en Brugge de vermaertste steden der diocese van Camerijk, Utrecht, Luyk, Terwanen, en Doornijk elk van sijne diocese en provincie, daer en boven van de Kerke van Camerijk, dewelke wy onlanks van alle macht en jurisdictie des aerts-bisschops van Riemen, wiens suffragaen zy was, ontslagen hebben, dat deel der selver diocesen van Camerijk, het welk is in het hertogdom van Braband en graefschap van Vlaenderen, als ook van de Kerke en diocese van Luyk, dat deel der selver diocese van Luyk, het welk is in de graefschappen van Namen en Hoorn en hertogdommen van Braband en Gelderland onder de jurisdictie van den conink Philips. Ook van de kerke en diocese van Doornik dat deel der selver diocese van Doornik welk strekt van het dorp van Rovesbeke en de stad Oudenaerde tot der zee toe, het dorp en stad daer mede in begrepen. Ook van de kerke en diocese van Utrecht dat deel van de selve diocese ‘t welk in het graefschap van Vlaenderen is, en de eylanden van Zeeland, en geheel Waterland, en dat deel van Holland dat het vaste land genoemt word tot Leyden toe excluys, en Amsterdam incluys, en de eylanden Vlieland, Tessel, Wieringen, en het gansche land van Overysel, Groeningen, en Vrieslad, met een groot deel van het hertogdom van Gelre, het welk men Neder Gelderland noemt, tot de steden Harderwijk en ‘s Heerenberg incluys, en tot de steden Aernhem en Wageningen excluis, en ook die delen die zy heeft over de riviere de Wale streckende tot het selve graefschap van Gelderland en het grote water van Dordrecht na Braband toe, voorts van onse lieve kinderen van het capittel van Utrecht alle jurisdictie en alle bisschoppelijke rechten, welk het capittel heeft in Westvriesland; scheiden ook af van de kerken en diocesen va Osenbrug [Osnabrück, red.], Munster, Ceulen, en Paderborne, en van het lantschap van Ceulen die delen der diocesen va Osenbrug, Munster, Ceulen, Paderborn, welke zijn onder het gebied van den conink Philips, met alle hare palen, jurisdictien, clergien, volkeren en personen, cloosteren, kerken, en heilige plaetsen, en kerkelijke beneficien, wereltlijke canonijken, cum cura et sine cura, en reguliere van allen en eenigerhande ordens, nu van de kerke van Teruwanen, die door het overlijden van Francisci Croqui saliger gedachten eertijds bisschop van Teruwanen, die nu seven jaer doot geweest is, verlaten van troost hares herders, scheiden wy af dat deel der diocese van Teruwanen, welk gelegen is in Artoys, en het graefschap van Vlaenderen onder het gebiet van konink Philips met hare landpalen, jurisdictie, castelen, dorpen, plaetsen, clergie, volk, personen, cloosters, kerken en heilige plaetsen, en kerkelijke beneficien, seculiere canoniken cum cura et sine cura, en regulieren van eenigerhande ordens met de vruchten, renten inkomsten, tienden, rechten en profijten welke den bisschop van Teruwanen, en den aerts-bisschops van Riemen in een deel van de diocese van Teruwanen en landpalen, jurisdictie, castelen, dorpen, en plaetsen voornoemt ten regard van visitatie of anders plechten te trecken, de selve van het aerts-bisdom van Riemen en bisdom van Teruwanen door apostolijke macht en teneur deser tegnwoordigen ontslaende, vryende, en afscheidende, lossen en vryen ook de selve geheel van alle macht, recht, en subjectie van de aerts-bisschoppen van Riemen en Ceulen, en van de bisschoppen van Camerijk, Doornik, Ludik, Teruwanen, Utrecht, Osenbrug, Munster, en Paderborn in der tijd sijnde, en van onse lieve kinderen van ‘t capittel van de kerken van Riemen, Colen, Camerijk, Utrecht, Ludik, Teruwanen, Doornik, Osenbrug, Munster en Paderborn, en van de betalinge der tienden en alle andere rechten die men de selve aerts-bisschoppen, capittelen, clergien en andere voorgenoemde van wegen jurisdictie, en kerkelijke of metropolitise wetten schuldig is. So dat voortaen den bisschop van Teruwanen geen jurisdictie in eenige delen die van sijn diocesen zijn, noch in haer gebiet, castelen, dorpen, plaetsen, clergiens volken, personen, cloosters, kerken, heilige plaetsen, noch benificien en sal mogen exerceren noch de beneficien, de welke onder dese scheidinge en deilinge begrepen zijn, want hoe veel en hoedanig sy souden mogen sijn, de welke hem toestonden te vergeven, voortaen niet meer en sal vergeven, ontslaen ook de vruchten, renten, inkomsten, rechten, profijten de welk hy uit dat deel, ‘t welk nu van sijn diocese gescheiden is uit de limiten jurisdictie, castelen, dorpen en plaetsen voornoemt door het recht der subventie, of eenig andere bescheit wist te trecken. En de voorgenoemde bisschop van Teruwanen en aerts-bisschop van Riemen sullen haer ook gantsch niet bemoeyen mogen met die dingen de welke in het deel der diocese dat haer ontnomen is, en de palen gebiet, castelen, dorpen en plaetsen voornoemt haer ten regard van hare visitatie, kerkelijke en metropolitise wet toe quamen.
Maer de kerke van Camerijk en de collegiale kerke der stadt Mechelen van S. Rumoldus, en de kerke van Utrecht rechten en stellen wy op tot metropolitaense of opperste kerken, en den Camerijksen, en Utrechtsen bisschop-stoel tot aerts-bisdommen, en de selve en de kerke van S. Rumoldus tot stoelen der metropolitaense bisschoppen en hoofden der provincien, door raed, wetenschap, volheit der macht gelijke autoriteit en teneur als voren.
Van welke noch te noemen aerts-bisschoppen sal die van Camerijk voor sijn diocese hebben 28 steden met castelen, dorpen, cloosters daer tusschen gelegen, begrepen binnen de 72 Italiaensche mijlen in de lengte en 60 in de brete, welke door onsen nonce, die wy eer lange derwaerts sullen senden afgepaelt sullen werden.
Die van Utrecht sal voor sijn diocese hebben, de landen van Utrecht en het grootste deel van Holland, en een groot deel van Gelderland, met de heerlijkheden Buren, Culenburch, Vyanen, Ameyde, en Iselsteyn, 30 steden behalven de dorpen, in de lengte 90, in de brete 40 gelijke mijlen, sullende afgepaelt werden als geseit is. De selve twe noch te nomineren aerts-bisschoppen, als ook den derden van Mechelen geven wy recht en macht om den bisschops pallium ofte mantel en het kruis te mogen dragen gelijk de maniere is, en te gebruiken de wapenen, eere, cieraet, privilegie, en voordelen der metropolitaense kerken. Nu de steden Mechelen, Antwerpen, Haerlem, Deventer, Leweerden, Groeningen, s’Hertogen-Bosch, Ruermunde, Namen, S. Omers, Iperen, Gent, Middelburch, en Brugge maken wy van gemene steden, hooft-steden, en in de selve tot hooft-steden opgericht sijnde stellen wy volgens de selve wetenschap, raed, macht, autoriteit en teneur als voren, tot cathedrale kerken, de collegiale kerken van S. Albaen te Namen, van Sint Omers in deselve stad van S. Omers, der H. Maget Maria tot Antwerpen, van S. Jan te Gent, S. Donatiaen te Brugge, S. Libuin te Deventer, S. Jan Evangelist s’Hertogen-Bosch, en van den Heiligen Geest te Ruremonde, en de parochiale kerken van S. Bato [lees: Bavo, red.] te Haerlem, van S. Vitus te Lewarden, van S. Martijn te Gruningen, als ook de kerke van de praemonstraten der H. Maria te Middelburch, des cloosters van Sint Marten der regulierde caonijken, S. Augustin tot Iperen, stellen also ook in dat voor elk der selver steden een bisschop gemaekt werde, van welk elk over de sijne gestelt zy, en hare huisen vermere, en brengen op de forme van een cathedrale kerke, en in de steden, landpalen, gebied, eilanden, extremiteiten, en delen van de gedeilde diocesen, na dat zy sullen afgepaelt sijn oeffenen bisschoppelijke jurisdictie, en alle andere dingen de welke behoren tot orden, jurisdictie en het ampt eenes bisschops. Van gelijken stellen en rechten wy op in de so opgerechte metropolitaense aerts-bisschoppelijke en in de cathedrale bisschoppelijke weerdigheden met aerts-bisschops en bisschops stoelen en tafelen, en andere wapenen, tafels, kisten, segelen der metropolitaense en cathedrale kerke, en andere wapenen, eeren, en privilegien der capittelen, welke andere metropolitaense en cathedrale kerken van rechts wegen, of door gewoonte gebruiken, of sullen mogen gebruiken. Voorts de kerken boven gemelt so tot cathedrale kerken opgerecht zijnde, en de genoemde steden geven wy en assigneren voor altijd en eeuwelijk voor haer diocesen, de kerke van Namen, het graefschap van Namen en een deel van Wals-braband in de lengde van 40 en brete van 30 Italiaensche mijlen, die van S Omer het district van 10 steden begrijpende 42 gelijke mijlen in de lengte en 39 in de brete. Die van Mechelen het district van 17 steden met de dorpen daer tusschen gelegen in de lengte 69 en in de brete 30 gelijke mijlen, die van Antwerpen het gebied van 7 steden met de dorpen daer tusschen gelegen in de lengte 56 in de brete 30 gelijke mijlen. Die van Gent het gebied van vier steden met de dorpen daer tusschen gelegen in de lengte 46, in de brete 24 gelijke mijlen. Die van Brugge het gebied van negen steden met de dorpen daer tusschen gelegen in de lengt 54, in de brete 25 gelijke mijlen. Die van Iperen het gebied van 10 steden met de dorpen daer tusschen gelegen in de lengte 42, en in de brete 33 gelijke mijlen. Die van ‘s Hertogen-Bosch het gebied van 10 steden, met de tusschen gelegen dorpen in de lengte 60 in de brete 30 gelijke mijlen. Die van Ruermonde het gebied van 10 steden met de dorpen daer tusschen gelegen in de lengte 50 in de brete 30 gelijke mijlen, het graefschap van Hoorn daer in begrepen. Die van Haerlem het gebied van 12 steden, behalven de dorpen daer tusschen gelegen in de lengte 62 en in de brete 30 gelijke mijlen. Die van Deventer het gebied van 25 steden behalven de dorpen daer tusschen gelegen in de lengte 62 en in de brete 46 mijlen. Die van Leeuwaerden het gebied van 10 steden behalven die tusschen liggende dorpen, in de lengte 72 in de brete 40 gelijke mijlen. Die van Groeningen over het land van Groeningen en Drent, en de eilanden van Rottegem en Borchum. Die van Middelburch het gebied van 10 steden behalven de tusschen beide leggende dorpen, in de lengte 56 en in de brete 33 mijlen, welk elk van dese bisschoppen voor haer diocese geassigneert sullen worden gelijk geseid is, en stellen de kerkelijke personen daer in wonende voor hare clergie en de leken in de selve wonende voor volkeren der selver bisschoppen. Daer en boven eigenen wy toe door de selve wetenschap raed en volheit der macht en apostolijke autoriteit en teneur dese tegenwoordige de voorgenoemde kerken van Camerijk, de voornoemde steden en diocesen van Atrecht, Doornik, Sint Omers, en Namen, en die van Mechelen de steden en diocesen van Antwerpen, Gent, Brugge, Iperen, ‘s Hertogen-Bosch en Ruermonde, die van Utrecht, de steden en diocesen van Haerlem, Deventer, Leeuwaerden, Groeningen, en Middelburch, en stellen de selve tot metropolitaense provincien van elke eene der selver, en de selve so opgerechte cathedrale kerken, en de selve die in der tijd desselver bisschoppen sullen wesen maken en assigneren wy tot suffraganen der gener, die in der tijd te Camerijk, Mechelen en Utrecht aerts-bisschoppen sullen zyn, welke suffraganen hare aerts-bisschoppen, als de ledematen het hooft volgens het recht der metropolitise kerken onderworpen sullen zyn, en de clergie en het volk der landen van Camerijk, Mechelen en Utrecht stellen wy tot provincialen elk van sijne kerke, welker aller saken, aen elk sijnen aerts-bisschop volgens de h. canons aen gebracht sullen werden. En wat aengaet de aerts-bisschoppelijke, metropolitise en provinciale wetten onderworpen wy de steden, diocesen, clergien, volkeren nu dickmaels genoemt den selven prelaten in der tijd wesende, gelijk wy ook willen dat de selve steden, diocesen, clergie, en volkeren hare bisschoppen in der tijd zynde, so veel aengaet de ordinarisse bisschoppelijke jurisdictie en macht, sullen onderworpen zyn.
Den aerts-bisschop van Mechelen voegen en eygenen wy toe de somme van 5000 goude ducaten en een yder bisschop 3000 goude ducaten, onser munte jaerlijkse inkomste voor hare dote door de selve raed en de selve autoriteit. Welk haer betaelt sal werden uyt sekere tienden en goederen, vruchten, profijten en kerkelijke inkomsten, die door den geseiden nonce gespecificeert en gedeelt sullen worden voor nu als dan, en dan als nu, na dat de specificatie en delinge gedaen sal zyn. En ondertusschen tot dat de specificatie en delinge gedaen zy en haer effect sortere en niet langer geven wy den aerts-bisschop van Mechelen toe 3000 gelijke ducaten en de bisschoppen elk 1500 ducaten jaerlijkse inkomste, die haer den conink Philips uyt sekere inkomsten en vervalle die hy uyt het genoemde land trekt, sal assigneren, en aen den aerts-bisschop van Mechelen en bisschop voornoemt in der tijd wesende alle jaer sal betalen in het geheel en proportionelijk so lange de voorgenoemde specificatie en partitie geen volkomen effect sal gesorteert hebben, als ook voor dat deel dat niet volkomen sal geeffectueert wesen, en niet langer.
Voorts reserveren wy en concederen voor altijd door den selven voorgenoemden raed, wetenschap en autoriteit dat den conink Philips en sijne nakomelingen die in het wereltlijke heeren der selver landen sullen zyn, recht sullen hebben ons en den Roomsen paus in der tijd sijnde te nomineren bequame personen, die na de gewoonte der vermaende universiteyten, naer voorgaende neerstig examen magistri in de godtheid of in de rechten doctoren of licentiaten gepromoveert zyn, om van ons en den selven paus na sulke nominatie tot aerts-bisschoppen en bisschoppen der kerken van Mechelen, Antwerpen, Utrecht, Atrecht, Doornik, Haerlem, Deventer, Lewaerden, Groeningen, Middelburg, ‘sHertogenbos, Ruermonde, St. Omer, Iperen, Gent en Brugge voornoemt gestelt te worden, so wel dese eerste reise, als so menichmael het sal gebeuren dat zy ledich sijn, en maken nul en van geender weerden, indien, tegen desen van yemant door eenigerhande autoriteit, wetende of onwetende yet geattenteert word, niet tegenstaende eenigerhande apostolijke constitutien en ordonnantien, en der voorgenoemde of eenige andere kerken, of cloosters en ordens, statuten en gewoonten, privilegien, indulten, apostolijke brieven, al ist dat sy bevesticht sijn met eede, apostolijke confirmatie, of eenige andere vasticheit niet jegenstaende ook eenige kerken, cloosters, oordens, aerts-bisschoppen, bisschoppen, capittelen en andere voorgenoemde of eenige andere in wat teneur, form en met hoedanige derogatoriarum derogatoris krachtige en ongewoonlijke annullerende clausulen sy mogen wesen, en alle andere decreten ook door eigen ingeven, en uit sekere wetenschap en consistorialiter gegunt en wederom bevesticht en vernieuwt. Alle welke wy door dese voor dese reyse specialijk en expres derogueren, sullende anders blyven in hare kracht, en alhoewel tot genoechsame derogatie desselver van de selver en haren gehelen inhout speciael en besonder gewach gemaect of eenige andere besondere forme gebruyct most worden houden wy de selve als in desen tegenwoordigen volkomen en specialijk uytgedrukt al of sy van woord tot woord hier ingevoecht waren, so dat sy tegen het voorgaende gantsch niet stemmen mogen noch moeten, insgelijx ook alle andere, so sy het geen mensche geoorloft dit onse schrift van lossinge, afscheydinge, delinge, vryinge, oprechtinge, instellinge, toelatinge, assignatie, attributie, statuten, onderwerpinge, toeeygeninge des decreets, van appropriatie, reservatie, en derogatie te breken of daer tegen te doen. En indien iemand derf daer tegen doen, die wete dat hy op hem haelt den toorn van God almachtig en sijner heyliger apostelen Pieter en Pauwels. Gegeven te Romen by S. Pieter den 18 dach van Mey, in’t jaer der menschwerdinge onses Heeren 1559. in het vierde jaer onses pausdoms, onder de plijke aldus geschreven Fran.cus Aragonia, en op de plijke getekent F. de Lyon, en op den rugge stont dus Regis.ta by F. Aragonia, noch stont onder geschreven, dese tegenwoordige copie is gecollationeert, en bevonden te accorderen van woord te woorde, met de ware apostolijke brieven of bulle origineel, door my des coninks secretaris, en was getekent De Lange.

Literatuur:

F. Postma, `Nieuw licht op een oude zaak: de oprichting van de nieuwe bisdommen in 1559′, Tijdschrift voor Geschiedenis 103 (1990) 10-27

M.J. Dierickx, Documents inédits sur l’érection des nouveaux diocèses aux Pays-Bas (1521-1570) (3 dln., Leuven, 1960-1962)

M.J. Dierickx, De oprichting der nieuwe bisdommen in de Nederlanden onder Filips II 1559-1570 (Antwerpen/Utrecht, 1950)