Alvarez de Toledo, Fadrique

21 november 1537 – 1583

Spaans militair bevelhebber in de Nederlanden. Tweede zoon van de hertog van Alva, Fernando Alvarez de Toledo, en na diens dood de vierde hertog van Alva. In de Nederlands-talige geschiedschrijving bekend als Don Frederik.

Biografie

Don Fadrique  is zijn vader naar de Nederlanden gevolgd, maar over hem is weinig bekend. Het leven van Fadrique was een groot drama. Maltby omschrijft hem als ‘one of those men for whom nothing ever seems to go quite right’. In 1566 zou Fadrique in het geheim getrouwd zijn met Magdalena de Guzmán. Filips II was hier zo kwaad over dat hij Fadrique naar Orán in Afrika verbande en Magdalena in een klooster liet plaatsen. Het schijnt dat zowel Filips II als vele anderen in het Spaanse bestuur een grote hekel aan hem hadden. Alva slaagt er echter in om zijn zoon in 1567 naar de Nederlanden te krijgen, waar hij hem meteen tot bevelhebber van de infanterie maakte, ‘to Philips undisguised horror’ en tot ongenoegen van alle andere bevelhebbers in de Nederlanden. Volgens Maltby hoopte Alva dat een militair succes zijn zoon en beoogde opvolger weer in de gunst van Filips II zou kunnen komen. Het liep anders.

Fadrique, de Don Frederik van de Nederlandse kronieken, voerde het bevel over de Spaanse troepen tijdens de meest bloedige fase van de oorlog: Mechelen, Zutphen, Naarden en Haarlem. Uiteindelijk zou hij het beleg van Alkmaar opgeven, dit tegen de zin van zijn vader, die vreesde dat dit de reputatie van zijn zoon weer naar beneden zou halen. Moeten we de bloedige strategie van Alva en zijn zoon dus zien tegen het licht van een verwoede poging een bij de koning in ongenade gevallen erfgenaam weer eerherstel te verschaffen?

Toen Requesens de plaats van Alva overnam, besloot de nieuwe gouverneur-generaal de schuld van het falende Nederlandse beleid in de schoenen te schuiven van Fadrique. De hertog van Alva was een gelouterd veldheer en het was beter de kritiek te richten op diens zoon, die vele vijanden had en maar zeer weinig vrienden. Maltby ziet in Fadrique de zwakke plek van Alva. Bij terugkeer in Spanje werd Fadrique niet door de koning ontvangen en verbannen van het hof. De beschuldigingen hadden hun werk gedaan. In juli 1576 werd hij zelfs vastgezet in het paleis van Tordesillas.

Daarmee was het leed nog niet geleden voor Fadrique en zijn vader. De vijanden aan het hof, vooral secretaris Antonio Pérez en Ana de Mendoza, de prinses van Eboli, rakelden de oude affaire rond Magdalena de Guzmán weer op. Die zat toen nog steeds in een klooster en de prinses van Eboli pleitte er voor dat het onrecht dat was aangedaan alleen vergoed kon worden door alsnog tot een huwelijk te komen tussen Fadrique en Magdalena. Deze werd ertoe aangezet brieven naar Filips II te sturen om haar beklag te doen. Op deze manier zou het huis Alva opnieuw in discrediet worden gebracht en de erfgenaam zou bovendien geen beter huwelijk meer kunnen aangaan, ten nadele van de macht van het hertogelijke huis.

Alva en Fadrique besloten snel een huwelijk te arrangeren tussen Fadrique en een nicht, Maria de Toledo. Het conflict leidde er uiteindelijk zelfs toe dat de hertog van Alva werd verbannen naar Uceda, maar hij zou werd kort daarop verzocht de veldtocht naar Portugal te leiden. Het politieke spel zou zelfs de val van Antonio Pérez inluiden.

Don Fadrique was hertog van Huesca, markies van Coria en Comendador Mayor van de ridderorde van Calatrava. In 1543 huwde hij met Juana de Aragon en later met Maria Pimentel. Zijn derde echtgenote was de reeds genoemde Maria de Toledo. Zijn twee legitieme zonen waren geen lang leven beschoren. Een in in de Nederlanden woonachtige familie Alvarez meent af te stammen van een onwettig kind van Fadrique.

Vanaf 1573 was de gezondheid van Fadrique zeer zwak. In het paleis van Liria in Madrid wordt een portret van Fadrique bewaard. Maltby omschrijft hem aldus: ‘he was shorter and heavier than his father, with staring, almost protruberant eyes and an air that is both dandyish and somehow disquieting’. De enige zin die Kirchner aan Fadrique wijdt is nog negatiever: ‘sein Beitragen gegenüber den Frauen schädigte nicht nur seine eigene Karriere, sondern auch die seines Vaters und trug in den Niederlanden zu einem schlechten Verhältnis zwischen dem flämischen Adel und den Spanischen Herren bei’. Kirchner lijkt echter voor de propaganda van Requesens en Antonio Pérez gevallen te zijn. De hierboven genoemde beschrijving van Maltby is wellicht dichter bij de waarheid: gewoon ‘one of those man’.

Haak vermeldt in het NNBW foutief dat Fadrique geboren was in 1529 en dat hij in 1535 al door zijn vader was meegenomen naar de aanval op Tunis. Dit betreft echter de in 1548 overleden García, de oudste zoon van Alva. Verder had Alva uit zijn huwelijk met Maria Henríquez (1528) een dochter Beatriz (geboren 1534) en een zoon Diego (geboren 1542).

Raymond Fagel

Literatuur:

BNB XXV, 387-388 (G.G. Dept); NNBW II, 144-145 (S.P. Haak)

De Nederlandsche familie Alvarez en hare afstamming uit den hertog van Alva / door Th. G. van Eck. – 2e dr. – ‘s-Gravenhage : Nijhoff, 1927. – viii, 150 p., [4] p. pl. : ill. ; 23 cm

Alba : Spaniens eiserner Herzog / Walther Kirchner. – Göttingen [etc.] : Musterschmidt, 1963. – 91 p. : portr. ; 18 cm. – (Persönlichkeit und Geschichte ; Bd 29)

Alba : a biography of Fernando Alvarez de Toledo, third duke of Alba, 1507-1582 / William S. Maltby. – Berkeley [etc.] : University of California Press, 1983. – xvii , 377 p., [8] p. pl. : ill., krt., portr. ; 24 cm. Met index. ISBN 0-520-04694-3