Floris van Montmorency, baron van Montigny

Edelman en diplomaat

1528 – Simancas, 14 oktober 1570

Biografie

Montigny, zoals hij meestal genoemd werd, behoorde tot het hoogadellijke Franse geslacht van de Montmorency’s. Hij bewonderde het hoofd van de Franse tak Anne de Montmorency, connétable de France, aan wiens hof hij een vorming tot ridder kreeg. In de strijd tussen Habsburg en Valois streed Montigny echter aan de zijde van keizer Karel V. Montigny stond bekend als een verstandig en bezonnen man, overtuigd katholiek, maar een tegenstander van kettervervolging.
Toen keizer Karel de Nederlanden verliet om zijn laatste jaren in Spanje door te brengen, moesten Montigny en de graaf van Roeulx hem begeleiden. Pas na de dood van de keizer mocht Montigny naar de Nederlanden terugkeren. Eenmaal terug werd hij in 1559 tijdens het kapittel van het Gulden Vlies in deze ridderorde opgenomen, naar men zegt op aanhouden van Willem van Oranje en tegen de zin van Filips II. Toen Filips II naar Spanje vertrok benoemde hij Montigny tot gouverneur van Doornik en het Doornikse rechtsgebied (Tournais et le Tournaisis). Dat was geen gemakkelijke taak omdat juist het zuiden van de Nederlanden gistte van het calvinisme. Door familieverbanden verbonden aan de hoogste edelen van de Nederlanden (hij was een broer van Filips van Montmorency, graaf van Hornes) deelde Filips de kritiek van hoge edelen als Oranje, Egmond en Hornes. Hij werd op deze manier beschouwd als een lid van de hoogadellijke Liga.
Bij het oplopen van de spanning in het hele land achtte de Raad van State het nodig iemand uit hun midden naar Spanje te sturen om de koning te attenderen op de gevaren die het land bedreigden. De keuze viel op Montigny, die eigenlijk helemaal niet wilde, maar die toch met de taak werd belast omdat hij al eens de reis naar Spanje gemaakt had. In juni 1562 meldde Margaretha de komst van Montigny aan. De koning toonde zich verongelijkt over de zending van Montigny, die hij wel te woord stond, maar in niets toegaf. Op 23 december 1562 was Montigny weer terug in patria. Toen de grote drie – Oranje, Egmond en Hornes – in maart 1563 de koning opnieuw een indringende brief schreven, weigerde Montigny de mede-ondertekening daarvan. Maar als mede-stadhouder in het nabije Doornik kon hij om een regelmatig verkeer met de hoge edelen niet heen, zodat hij dikwijls als lid van de adellijke Liga werd beschouwd. Het vertrek van Granvelle in maart 1564 leek een eerste succes in de strijd van de hoge adel om meer eigen invloed op het beleid. In de zomer van 1565 was het de beurt aan Egmond om de koning van de gerechtvaardigdheid van hun wensen te overtuigen. Een maand na terugkeer van Egmond deelde de koning in zijn brieven uit het bos van Segovia mee dat hij onverkort aan zijn strenge godsdienstpolitiek wenste vast te houden. Nadat in april 1566 de lage edelen, aangesloten in het Compromis, de landvoogdes een Smeekschrift hadden aangeboden, leek de tijd rijp voor een derde afgezant naar Madrid. Nu viel de keuze op Jan van Glymes, markies van Bergen. Die wilde echter een metgezel en koos voor Montigny: enerzijds waren beiden stadhouders over aan elkaar grenzende gewesten, anderzijds had Montigny juist kennis van zaken door zijn eerdere Spanje-reizen. Montigny begreep ook wel dat Filips hem liever zag wegblijven dan verschijnen, maar ging toch na enige aarzeling akkoord. En nadat Bergen zich bij het kaatsspel had verwond, vertrok Montigny eind april 1566 alleen naar Spanje. Pasen vierde hij met een processie aan het hof van het geslacht Montmorency in Frankrijk en op 17 juni 1566 kwam hij aan in Madrid.
Al een dag later ontving Filips II hem en weer een dag later opnieuw. Het vertrek van de koning naar Sevilla impliceerde dat Montigny met hem meeging. Daar sprak Montigny met de raadsleden die de koning adviseerden in Nederlandse aangelegenheden: Joachim Hopperus, Karel Tisnacq en Courteville. Ook Alonso de Laloo, secretaris van Montigny’s broer, de graaf van Hornes, sprak hij daar. Toen de berichten over de Beeldenstorm binnenkwamen, werkte dat niet bepaald ten gunste van de Nederlanden en Nederlanders. Begin augustus had ook de markies van Bergen eindelijk Segovia weten te bereiken. Op 22 augustus spraken beiden gedurende ruim twee uur met de koning, en daarna volgde nog een gesprek, waarna beide heren voor verder overleg werden doorverwezen naar de hertog van Alva en Ruy Gomez de Silva. Maar diezelfde dag woedde de Beeldenstorm te Antwerpen en dat bericht betekende het definitieve einde van hun missie om de koning tot een meer humanitaire oplossing te bewegen. Desondanks kregen zij geen toestemming om weer te vertrekken. Op 21 mei 1567 overleed Bergen, toch nog onverwacht. Geruchten deden de ronde dat Bergen en Montigny contact hadden gehad met Don Carlos, de jonge zoon van Filips II, een beschuldiging die later eveneens tegen Egmond werd geuit. Montigny werd in Segovia gevangen gezet en in de Nederlanden belastte de Raad van Beroerten zich met het proces tegen hem toen hij nog stadhouder van Doornik was. Montigny had aan alle verdachte overleggremia deelgenomen en uiteindelijk werd de doodstraf tegen hem geeist, met verlies van alle ambten, titels en bezittingen. De verhoren begonnen te Segovia op 7 februari 1569. Het vonnis werd geveld door Alva op 4 maart 1570: de doodstraf wegens majesteitsschennis en rebellie. Een openbare terechtstelling werd echter gevreesd: men herinnerde zich nog drommels goed de publieke reacties na de dood van Egmond en Hornes. Op instigatie van Filips II zou Montigny in het geheim door wurging om het leven worden gebracht, waarvoor hij werd overgebracht naar het slot van Simancas. Zijn doodvonnis werd hem op 14 oktober meegedeeld. De koning gelastte de slotvoogd om in brieven vast te leggen dat de gezondheidstoestand van de gevangene slecht was, zodat men een natuurlijke doodsoorzaak zou kunnen suggereren. In de nacht van zondag op maandag, tussen 3 en 4 uur, greep het donkere feit plaats. Al twee weken na zijn dood waren er allerlei geruchten in Spanje te horen, maar in de Nederlanden kon men het ongelooflijke niet geloven en hield men vast aan de dood door onthoofding.

Anton van der Lem

Literatuur

A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden XII (Haarlem, 1869) 1024-1025 (s.v. Montmorency)

Biographie Nationale de Belgique XV (Bruxelles, 1899) 187-194 (E. de Borchgrave) (s.v. Montigny)

Nationaal Biografisch Woordenboek 9 (Brussel, 1981) 551-563 (R. van Roosbroeck) (s.v. Montmorency)

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek : niet opgenomen

Nouvelle Biographie Nationale : niet opgenomen

Op weg naar tachtig jaar oorlog : het verhaal van de eeuw waarin ons land ontstond : over de voorgeschiedenis en de eerste fasen van de Nederlandse opstand / J.J. Woltjer. – [Amsterdam] : Balans, cop. 2011. – 498 p., [16] p. pl. : ill., krt. ; 24 cm/ Met lit. opg., reg. ISBN 978-90-5018-838-8 geb.

Verzameld werk / Johan Brouwer ; [red.-commissie: C.D.J. Brandt … et al.]. – Amsterdam : Van Oorschot, 1956-1957. – 3 dl. ; 20 cm.

Montigny, afgezant der Nederlanden bij Philips II / door J. Brouwer. – Amsterdam : Meulenhoff, [1941]. – VI, 237 p. : ill. ; 23 cm

Tournai et le tournaisis au XVIe siècle au point de vue politique et social / par Adolphe Hocquet. – Bruxelles : Hayez, 1906. – 418 p. : ill. ; 28 cm. – (Mémoires / Académie royale de Belgique. 6, Classe des lettres et des sciences morales et politiques et Classe des beaux-arts : collection in-4 ; deuxième série, T. 1, fasc 2). Met lit.opg. en index.

De dood van Montigny / door L.R. Beynen. – Harderwijk : Bronsveld, 1870. – 22 p. ; 24 cm. – (Voor drie-honderd jaren ; jrg. 2, nr. 6)

Montigni : treurspel / door Hendrik Harmen Klijn. – 3e dr. – Amsterdam : M. Westerman, 1865. – in-8. 1e uitg.: 1821.

Nadere bijzonderheden over het lot van Floris van Montmorency, Baron van Montigny / J.A. Wijnne. In: Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde, ISSN 0920-5284: vol. 3 (1864), pag. 262-286.

Captivité de Montigny / Jean Joseph Hisely. – [S.l.] : [s.n.], [ca. 1864]. – 8 . Overdr. uit: Bibliothèque Universelle en Revue Suisse van juni 1864 etc.

De pages van den Baron de Montigny : een verhaal uit het begin van den tachtigjarigen oorlog / door Agatha ; met vier platen. – Leiden : Van den Heuvell & Van Santen, [1862] (Nijmegen : H.C.A. Thieme). – 189 p., [4] bl. pl. : gekl. lith. ; 20 cm. Litho’s van C.C.A. Last, gedrukt bij H.L. van Hoogstraten te ‘s-Gravenhage. – Bevat 3 p. uitgeversreclame. – Ook beschikbaar in microvorm.. Geb. : f 1.00

Mémoires de Pasquier de le Barre et de Nicolas Soldoyer : pour servir a l’histoire de Tournai, 1565-1570 / avec notice et annotations par Alex. Pinchart. – Bruxelles : Heussner ; La Haye : Nijhoff, 1859-1865. – 2 dl. ; 22 cm. – (Publications de la Société de l’Histoire de Belgique. 1re série, XVIe siècle ; 4, 21) (Collection de mémoires relatifs à l’histoire de Belgique). 2e dl uitgegeven bij: Bruxelles : Muquardt, en Nijhoff.

Filips II en Montigny : eene voorlezing / J. Tideman. – ‘s Grav., 1853. – 8

Montigny’s leven en dood in Spanje (1566-1570) : (deels naar tot dusver onuitgegeven brieven) / [J. van Vloten]. – Amsterdam : Frederik Muller, 1853. – [4], 71, 36 p. ; 24 cm. Bevat tevens: Al. de La Loos brieven aan den graaf van Hoorne.

Lettres de Marguerite de Parme, Gouvernante des Pays-Bas, et du Sire de Montigny, sur les troubles de Tournai, de l’an 1563 / [Margaretha van Parma] ; publiées par J.F. Willems. – Gand : Hebbelynck, 1836. – 68 p. ; 22 cm

Op het treurspel Montigny, door H.H. Klijn / door B[ilderdijk]. – [S.l.], 1821. – Plano

Montigni : treurspel / door Hendrik Harmen Klijn. – 3e dr. – Amsterdam : Johannes van der Hey, 1822. – xii, 132 p. ; 24 cm. 1e uitg.: 1821.

Montigni : treurspel / door Hendrik Harmen Klijn. – Amsterdam : Johannes van der Hey, 1821. – X, 131 p. : Met gegrav. tit. en vign. ; 23 cm. Saakes 7 (1821), p. 210. – Cat. Ned. Ton., I, p. 201.

De dood van Montigny : (volgens de oorspronkelijke, in Spanje gevonden stukken). – [S.l. : s.n.], [18XX]. – 33 p. ; 22 cm