Jean de Ligne, graaf van Arenberg

(ook geschreven: Aremberg)

1525 – Heiligerlee, 23 mei 1568

Nederlands edelman en veldheer, sinds 1546 ridder van het Gulden Vlies. Op 1 januari 1549 benoemde Karel V hem tot stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel als opvolger van Maxiliaan van Egmond, graaf van Buren, die op 23 september 1548 te Brussel gestorven was. Toen Filips II in 1549 een rondreis maakte door de Noordelijke Nederlanden, liet hij zich in Deventer als toekomstig heer van Overijssel huldigen. Naar Friesland, Groningen en Drenthe ging hij niet, maar hij volmachtigde Arenberg om namens hem in die gewesten de eed af te leggen en de eed van trouw van de gewesten in ontvangst te nemen. In 1551 werd Arenberg ook belast met het stadhouderschap over Lingen, dat voordien eveneens tot de taken van Maximiliaan van Egmond behoorde. Daarna had hij een groot aandeel in de veldtochten tegen Frankrijk. Als tutor van de minderjarige Anna van Egmond, gravin van Buren, had hij een goede verstandhouding met haar echtgenoot, Willem van Oranje. Hij distantieerde zich echter van de liga van Oranje, Egmond en Horne en bleef koningsgezind. Hij slaagde er niet in de Staten van zijn gewesten over te halen tot het accepteren van de bisdommen van Leeuwarden, Groningen en Deventer. Tijdens de beraadslagingen in de Raad van State over het Compromis der Edelen en het Smeekschrift sprak Arenberg zich uit voor de afschaffing van de inquistie en matiging van de plakkaten, maar tegen het bijeenroepen van de Staten-Generaal. Ook stemde hij voor de afvaardiging van Montigny en Bergen naar de koning. In zijn gewesten stond hij in dat jaar machteloos tegenover de verbreiding van de reformatorische ideeën. In 1567 slaagde hij er in om met behulp van in Duitsland geworven troepen zonder bloedvergieten het koninklijk gezag en de katholieke godsdienst te herstellen. Terug in het zuiden vervulde hij zijn militaire plichten onder Alva, maar hij maakte bezwaar tegen de arrestatie van Egmond en Horne. Na de inval van Lodewijk van Nassau in Groningen gelastte Alva hem naar zijn gewesten terug te keren om met Lodewijk van Nassau af te rekenen. In het zicht van de vijand wilde Arenberg niet de komst van versterkingen onder de graaf van Megen afwachten, volgens sommige historici omdat de Spaanse troepen onder leiding van Gonzalo de Bracamonte hem ophitsten de strijd aan te gaan. In het treffen bij Heiligerlee op 23 mei 1568 vond hij de dood, waarna zijn troepen de aftocht bliezen. Kardinaal Granvelle beschreef zijn dood als een groot verlies voor het geloof en de koning. Hij heeft zijn praalgraf in de kerk van Zevenbergen.

Anton van der Lem

Literatuur

A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden I (Haarlem, 1852) 344-347

Biographie Nationale de Belgique I (Bruxelles, 1866) 368-380 (L.P. Gachard)

Nationaal Biografisch Woordenboek : niet opgenomen.

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek VI (Leiden, 1924) 51-53 (P.J. Blok)

De graven van Megen en van Arenberg in Breda, Aug. 1566 / G.C.A. Juten. In: Taxandria : gedenkschriften van den Koninklijken Geschied- en Oudheidkundigen Kring van de Antwerpsche Kempen , ISSN 0772-9693: vol. 49 (1942), pag. 241-244.

Graaf Van Arenberg : afkomst, invloed, bezittingen in Noord Nederland: Wedde, Arembergergracht, Terschelling en Griend . Museum Slag bij Heiligerlee , (Heiligerlee, z.j.)