Baius, Michael

1513-1589

Professor regius scholastiek en exegese aan het Faculteit Theologie van de Universiteit van Leuven, inquisiteur-generaal voor de Nederlanden.

Biografie

Baius’ leven was – vanaf zijn aankomst in Leuven in 1532 tot aan zijn dood in 1589 – met de universiteit verbonden. In de woelige oorlogstijd ondersteunde hij er het Pauscollege, stichtte hij een college van de Heilige Augustinus en hielp hij de universiteit zelfs geldelijk uit de nood. In 1578 werd Baius conservator privilegiorum van de Alma Mater. Zijn naam verbindt zich met het Baianisme, een theologisch gedachtegoed dat door de anti-jansenisten als voorloper van het jansenisme gezien werd. Baius’ theologie – eigenlijk vooral zijn methode van theologie te bedrijven – viel niet overal in goede aarde en riep weerstand op. Tegenstanders van zijn theologie argumenteerden later dat Baius tot tweemaal toe in een pauselijke bul veroordeeld werd: Ex omnibus afflictionibus van Pius V (1567) en Provisionis Nostrae van Gregorius XIII (1579). Speerpunt van de hele latere discussie was de comma pianum , een zinsdeel dat naargelang het plaatsen van de komma een heel andere betekenis aan de bul van Pius V kreeg. De persoon van Baius werd in studies ondergeschikt aan zijn theologische activiteiten. In de jaren zestig van vorige eeuw onderzocht wijlen Edmond van Eijl de biographie en theologie van Michael Baius, ontdaan van alle controverse. Zijn conclusies waren ontluisterend. De auteur toonde overtuigend aan dat de ‘comma pianum’, waarmee de anti-jansenisten zolang de veroordeling van Baius’ doctrine bewezen hadden, historisch gezien in het voordeel van Baius moest geïnterpreteerd worden. De in de bul opgesomde stellingen (waarvan sommige zelfs niet in druk verschenen waren) werden ut jacent veroordeeld, ‘hoewel sommige konden ondersteund worden door de scherpte van de termen en in de eigenlijke zin van diegenen die ze geopperd hadden’. Deze conclusies hadden verregaande gevolgen voor het theologisch onderzoek. Waar De Lubac in 1931 de Leuvense professor nog de titel “augustinien fourvoyé” toedichtte, omschrijft men Baius’ theologie vandaag in neutrale termen als de “radicalisatie van Augustinus’ corruptio -gedachte”.

In 1560 werd Baius inquisiteur-generaal van de Nederlanden, samen met Martinus Rythovius, Josse Ravesteyn (Tiletanus), Petrus Curtius en Franciscus Sonnius. De benoemingsbreve werd op 1 juni 1560 geredigeerd en op 18 september kregen deze inquisiteurs van Margaretha van Parma een kopie van de benoeming in handen. Van de vijf kersvers benoemde inquisiteurs zouden er drie vlug een bisschopszetel toegewezen krijgen. Rythovius vertrok vrij vlug naar Ieper, Sonnius naar ‘s-Hertogenbosch en Petrus Curtius naar Brugge. Zo bleven Baius en Tiletanus als inquisiteur-generaal in Leuven verantwoordelijk voor de inquisitie. Door zijn pauselijke machtiging om berouwvolle ketters te absolveren werd Baius in 1572 door de hertog van Alva ingeroepen om te helpen bij de uitvoering van een generaal pardon. Naar aanleiding van de geboorte van kroonprins Ferdinand had Filips II immers beslist de reconciliatietermijn van het pardon van 1570 andermaal voor drie maanden op te stellen. Er was niet meteen een nieuwe pauselijke breve aangevraagd en daardoor werd Baius verantwoordelijk om door de bisschoppen aangeduide clerici de macht te verlenen om berouwvolle ketters te verzoenen met de katholieke kerk. Het dossier daarvan bevindt zich in het Universiteitsarchief van de Katholieke Universiteit Leuven. Onder het decanaat van Baius verzonden de Leuvense theologen een geheime brief naar Filips II om de vervanging van Alva te vragen. Hoewel Baius eveneens behoorde tot de theologen die de goedkeuring verleenden aan de ratificatie van de Pacificatie van Gent, was hij later sterk ontgoocheld over het drieste optreden van de rebellen, die het geloof ontvielen en van clerici een eed vroegen op het bewind van de Staten-Generaal. Hij was toen ook in een vurige pennenstrijd met Marnix van Sainte-Aldegonde verwikkeld. Ondanks het einde van de inquisitie omstreeks 1576 bleef Baius trots op zijn inquisiteurstitel: op een schilderij dat in het bureau van de Rector Magnificus hing, stond eerst zijn inquisiteursfunctie en pas daarna zijn koninklijke leerstoel opgesomd. Ook op zijn grafschrift pronkte de titel: Generalis per Germaniam inferiorem Inquisitor Regius .

[Schrijfwijze: Zelf ondertekende Baius met Michel de Bay, maar zijn lijkrede spreekt van Michel du Bay. In archiefstukken vindt men eveneens De Baij, Debai en Debaij, of in het Spaans Bay, Beij, el Bay, el Bey.]

Violet Soen

Literatuur

A.J. van der Aa , Biographisch Woordenboek der Nederlanden : niet opgenomen

Biographie Nationale de Belgique IV (Bruxelles, 1873) 762-779 (A. Le Roy)

Nationaal Biografisch Woordenboek I (Brussel, 1964) 114-130 (E. van Eijl)

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek : niet opgenomen

V. Soen, Geen pardon zonder paus! Studie over de complementariteit van het koninklijk en pauselijk generaal pardon (1570-1574) en over inquisiteur-generaal Michael Baius (1560-1576) , (Verhandelingen Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, nieuwe reeks 14), Brussel, 2007.

V. Soen, ‘De reconciliatie van ‘ketters’ in de zestiende-eeuwse Nederlanden (1520-1590)’, Trajecta , Tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden 14 (2005) 337-362.

A. Vanneste, ‘Le ‘De prima hominis justitia’ de M. Baius. Une relecture critique’ in: M. Lamberigts, L’augustinisme à l’ancienne faculté de théologie de Louvain (Bibliotheca Ephemeridum Theologicarum lovaniensium CXI). Leuven, 1994, 123-166

E. Van Eijl, Michael Baius, 1513-1568: Een studie over zijn leven tot aan de veroordeling door Rome in 1567 , Onuitgegeven proefschrift, Katholieke Universiteit Leuven, faculteit Letteren, departement Geschiedenis, 1968.

Baio e Bellarmino interpreti di S. Agostino nelle questioni del soprannaturale / Vittorino Grossi. – Roma : Institutum Patristicum “Augustiniarum”, 1968. – VIII, 268 p. ; 24 cm. –  (Studia ephemeridis “Augustinianum: ; 3) Met lit. opg. en index.

E. Van Eijl, ‘L’oraison funèbre de Michel Baius prononcée par Jacques de Bay’, Augustiana 13 (1963) 100-119.

Michael Baius : zijn leer over de mens / door Johannes Pieter van Dooren. – Assen : Van Gorcum, Hak ÿ& Prakke, [1958]. – [VIII,] 128 p. ; 23 cm + stellingen. Ook in: Van Gorcum’s Theologische Bibliotheek, no. 29. – Eveneens als handelsuitgave verschenen. – Proefschrift Leiden. – Lit.opg. – Index – Met een samenvatting in het Frans.

E. Van Eijl, ‘L’interprétation de la bulle de Pie V portant condamnation de Baius’, Revue d’histoire ecclésiastique L (1955) 499-542.

E. Van Eijl, ‘Les censures des universités d’Alcalà et de Salamanque et la censure du papa Pie V contre Michel Baius, 1565-1567’, Revue d’histoire ecclésiastique 48 (1953) 719-776.

Un échange de lettres entre Michel Baius et Henri Gravius (1579) / par Lucien Ceyssens. – Mechelen : St. Franciscus-Drukkerij, [1950]. – p. [59]-86. ; 25 cm. –  (Jansenistica minora ; dl. 1, overdruk 9). Overdr. uit: Ephemerides Theologicae Lovanienses; t. 26, fasc. 1-2, 1950.

Michael Baius, Michaeli Baii, celeberrimi in Lovaniensi academia theologi opera (…) . (ed. G. Gerberon). Keulen [Amsterdam], 1696.

Michael Baius, Epistola de Statuum inferioris Germaniae unione cum iis, qui praeter omnium hactenus haereticorum morem se Desertores Romanae Catholicae religionis vocant; et de Juramento, quod eorum iussu a clero et monachis exigitur . Leuven, 1579. (Belgica Typographica 244)