Robert Fruin aan J.T. Bodel Nijenhuis


Verzoek om kaarten van Nieuwpoort tot beter begrip van de oorlogshandelingen in 1600. Opheldering van een onduidelijke term in de Archives van Groen van Prinsterer

23 november 1865

Blad 1 van 4

23 november 1865

Geachte Heer en vriend,

Hierbij in dank Uw kostbaar stel prenten terug. Ik heb mij weer verbaasd over de schat dien Gij hebt verzameld, en tevens over de belangstelling onzer voorouders die het uitgeven van zulke dure werken mogelijk maakte.
Maar ik heb toch in Uwe collectie niet gevonden wat ik eigenlijk zocht. Ik zou gaarne een juiste topographie van Nieuwpoort en de omgelegen streken en sterkten willen bezien, ten einde de marches en bezettingen van de strijdende partijen te begrijpen. Kunt Gij mij daaraan niet helpen uit Uw overvloed van kaarten? Natuurlijk had ik ze bij voorkeur van de tijd, maar een uitvoerige kaart van het land, zoo als het nu is, zou toch ook kunnen dienen.
Wat mijne mededeeling van Dinsdag betreft, ik heb opgemerkt dat de brief van Justinus van Nassau aan Huygens, Arch. III, p. 32 wordt toegelicht door de brieven van en aan Hooft (uitg. van Vloten) II, blz. 5, 8, 9 en vooral 10 en 11. Uit een en ander leidde ik af, dat Huygens, bij gelegenheid van een zijner Engelsche reizen (zoo zijn vita propria) een afschrift van Vere’s beschrijving heeft leeren kennen.  In de Eng[elsche] Commentaries treffen wij bovendien nog een relaas van mr. John Ogle aan.
Ik heb verder nog gezegd dat de twee uitvoerige brieven van Lod. Gunther (no. CCVIII der Archives) en van Ernst Casimir (no. CCIX) in der tijd door Reid zijn gebruikt, en dat de onbegrijpelijke passage “de quoy les matelots qui estoyent près du canon donnans un Jan” niet door de daar aangehaalde plaats van Bor wordt opgehelderd, maar door het zeggen Reid “daerop de matrosen van ‘t geschut, nae haer gewoonte een jou gevende”. Lees dus ook jou niet Jan in de Archives.
Het overige mijner mededeeling had geen betrekking op de Archives, en ik vertrouw dat ik met het bovenstaande aan Uw verlangen voldaan heb.

Geloof mij steeds hoogachtend,
Uw dienstw. dienaar

R. Fruin

23 November 1865

Origineel:

UB Leiden, afd. westerse handschriften, BPL 885 (1686)

Gedeeltelijk gepubliceerd:

Correspondentie van Robert Fruin, 1845-1899 / uitg. door H.J. Smit en W.J. Wieringa. – Groningen [etc.] : Wolters, 1957. – xv, 518 p. ; 25 cm. – (Werken / uitg. door het Historisch Genootschap (gevestigd te Utrecht) ; 4e serie, no. 4) Met index. Nr. 159, p. 159-160.