Margaretha van Parma

Landvoogdes van de Nederlanden 1559-1567

Pamele, bij Oudenaarde, eind juli 1522 – Ortona (Italië), 18 januari 1586

Biografie

Margaretha was het natuurlijke dochtertje van Karel V en Jeanne van der Gheynst, een dienstmeisje van Charles de Lalaing. Haar vader erkende haar als zijn dochter en liet haar Margaretha van Oostenrijk noemen. Ze kreeg haar opvoeding echter niet aan het Brusselse hof, maar bij een Brussels pleeggezin. Margaretha was nauwelijks de luiers ontgroeid, of haar vader zag in gedachten al een rol voor haar weggelegd om als huwelijkspartner een partij aan zich te binden op het ingewikkelde politieke schaakbord in Italië. Hij liet haar overbrengen naar Florence, om aan de Italiaanse leefwereld te wennen. Daar trouwde ze op 28 februari 1536 met Alessandro de Medici (1510-1537), een schuinsmarcheerder die op 5 januari 1537 uit de weg werd geruimd. Om paus Paulus III (Alessandro Farnese) (1468-1549) aan zich te binden, liet Karel V zijn dochter in 1540 trouwen met de kleinzoon (!) van de paus, Ottavio Farnese (1524-1586). Op 27 augustus 1545 schonk Margaretha het leven aan een tweeling, Karel en Alexander, waarvan Karel al op jonge leeftijd stierf. De vader van Ottavio, Pier Luigi Farnese, was in hetzelfde jaar beleend met het hertogdom Parma en Piacenza. Na diens dood volgde Ottavio hem op, maar doordat hij gedurende enkele jaren partij had gekozen voor de Fransen, handhaafden Karel V en daarna Filips II in de citadel van Piacenza een Spaanse bezetting. Filips II en Ottavio kwamen weer tot een akkoord, te Gent, op 15 september 1556. Om dit te waarborgen zou de zoon van Ottavio en Margaretha, Alexander Farnese, aan het Spaanse hof worden opgevoed. Margarethe en Alexander begaven zich daarom naar de Nederlanden, waar Margaretha een klein jaar verbleef. Toen Filips II in 1559 de Nederlanden wilde verlaten om in Spanje weer zelf de regering op te nemen, liet hij haar opnieuw naar de Nederlanden komen om als gouvernante-generaal of landvoogdes de landen in zijn naam te besturen. Het was kardinaal Granvelle die haar benoeming had aanbevolen. Enerzijds omdat ze in de Nederlanden was geboren en een aantal jaren had gewoond, anderzijds omdat ze als dochter van de keizer en bondgenote in Parma en Piacenza een betrouwbare figuur mocht worden genoemd.

Op 7 augustus 1559 presenteerde Filips II haar aan de Staten-Generaal. Maar bij zijn vertrek bond hij haar aan nauwe voorwaarden. Haar aanstelling vond plaats voor anderhalf jaar. Als landvoogdes mocht zij niet de Staten-Generaal bijeenroepen en diende zij zich vooral te laten leiden door kardinaal Granvelle, door de voorzitter van de Geheime Raad, Viglius, en door de voorzitter van de Raad van Financiën, Berlaymont. Dit stak de hoge edelen als Oranje, Egmond en Horne, die onder dit systeem de traditionele invloed van de hoge adel verloren zagen gaan. Het brandende probleem ook gedurende de regeringsperiode van Margaretha vormde de verbreiding van het protestantisme in de Nederlanden, met name vanuit de aangrenzende Franse gebieden. Filips II gebood een strenge vervolging, op straffe des doods. Daarnaast verkeerden de Nederlanden in het midden van de jaren 1560 in economisch zwaar weer. De kritiek van de hoge edelen uitte zich uitsluitend in brieven van Oranje, Egmond en Hoorne aan de koning en in een rede van Oranje in de Raad van State. Edelen van lagere rang kwamen bijeen om in een Eedverbond van hun gemeenschappelijk streven te getuigen voor het behoud van de privileges van het land en afschaffing van de geloofsvervolging. Op 5 april 1566 boden zij Margaretha in Brussel het zogeheten Smeekschrift aan. Daarop verklaarde Margaretha dat zij zelf geen toezeggingen kon doen, maar de koning op de hoogte zou stellen van het door de edelen gewenste. In afwachting van de reactie van de koning zou ze bij de verantwoordelijke instanties aandringen op terughoudend bij het handhaven van de geloofsvervolging. Deze toezegging werd veel ruimer uitgelegd dan Margaretha bedoelde. Veel protestanten keerden uit hun ballingschap terug in de veronderstelling dat zij in de Nederlanden nu vrij hun geloof konden beleven. Tussen 10 augustus en begin september werden in tal van plaatsen in de Nederlanden de kerken van hun beelden ontdaan, hetzij met geweld, hetzij op ordelijke wijze. Deze zogeheten Beeldenstorm betekende een waterscheiding in de partijverhoudingen. Tal van edelen die aanvankelijk een oppositionele koers hadden voorgestaan, keerden nu ijlings aan de kant van de regering terug. Zij herstelden de orde in de provincies die hen waren toevertrouwd, bijvoorbeeld Egmond in Vlaanderen. Met financiële steun van de koning had Margaretha ook troepen in Duitsland kunnen werven om de situatie het hoofd te bieden. Op aanraden van Viglius liet zij edelen en ambtenaren een nieuw eed van trouw aan de koning zweren, die door iedereen werd afgelegd, behalve door prins Willem van Oranje, die in april 1567 naar zijn stamland Nassau terugkeerde. In het najaar van 1566 kon Margaretha de koning berichten dat de situatie weer onder controle was. Toen was echter in Spanje al besloten tot een strafexpeditie onder leiding van de hertog van Alva. De landvoogdes bezwoer de koning om hiervan af te zien, omdat dit averechts zou werken. De koning hield echter vast aan een politiek van de harde lijn en gaf Alva grote volmachten. Het werd Margaretha weldra duidelijk wie de macht in het land had en daarom hield ze de eer aan zichzelf en vroeg ze de koning om ontslag. Een officiële afscheidsbijeenkomst met de Staten-Generaal werd haar niet toegestaan. Op 30 december 1567 vertrok ze uit Brussel, om in februari 1568 in haar Italiaanse bezittingen aan te komen.

Tien jaar later, na de landvoogdij van Alva, Requesens en Don Juan van Oostenrijk, werd haar zoon Alexander Farnese om zijn militaire kwaliteiten voor een half jaar tot gouverneur-generaal benoemd. Het leek Filips II echter beter om hem uitsluitend het militair bewind te geven en zijn moeder Margaretha opnieuw met de landvoogdij te bedenken. Dat betekende voor haar een moeilijke tweestrijd. Eind april 1581 kwam ze in de Nederlanden aan, wat voor haar zoon aanleiding was om zijn ontslag te vragen. In december 1581 kwam Filips op zijn eerdere idee terug en herbenoemde hij Alexander Farnese tot gouverneur-generaal. Margaretha kreeg pas in juli 1583 toestemming om naar haar Italiaanse bezittingen terug te keren, waar ze in januari 1584 aankwam. Nog twee jaar leefde ze daar, veel geplaagd door de jicht, waar ze bijna haar hele leven last van had gehad. Op 18 januari 1586 stierf ze in Ortona, waarna ze op 30 mei 1586 in Piacenza werd begraven. Kort tevoren was het haar zoon gelukt, met zijn verovering van Antwerpen, Filips II ertoe te bewegen de Spaanse bezetting uit de citadel van Piacenza te trekken.

Anton van der Lem

Literatuur

A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden XII, eerste stuk (Haarlem, 1869) 221-225

Biographie Nationale de Belgique XIII (Bruxelles, 1894-1895) 649-670 (Alph. Wauters)

Nationaal Biografisch Woordenboek 7 (Brussel, 1977) 553-568 (R. van Roosbroeck)

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek X (Leiden, 1937) 545-551 (Jan Romein)Margaret of Parma: a life / by Charlie R. Steen. – Leiden [etc.] : Brill, 2013. – VI, 321 p. : ill. ; 25 cm. – (Studies in medieval and reformation traditions, ISSN 1573-4188 ; vol. 174). Met index, lit. opg. ISBN 978-90-04-25744-3 (geb.)

La Paix D’Augsbourg de 1555 : un modèle pour les Pays-Bas? : l’ambassade des princes luthériens allemands auprès de Marguerite de Parme en 1567 / Monique Weis. In: Publication du Centre européen d’études bourguignonnes (XIVe-XVIe s.), ISSN 1016-4286: (2002), afl. 42, pag. 87-99.

Marguerite de Parme : bâtarde de Charles Quint (1522-1586) : biographie / Georges-Henri Dumont. – Bruxelles : Le Cri, [1999]. – 326 p. : ill. ; 24 cm. – (Les évadés de l’oubli). Met lit. opg., reg. ISBN 2-87106-226-9

Aspetti della ritrattistica di Margarita d’Austria (1522-1586) tra pittura, medaglistica e stampa / Laura Traversi. In: Bulletin de l’Institut Historique Belge de Rome, ISSN 0073-8530: vol. 63 (1993), pag. 381-419.

Madama, fille de Charles Quint : régente des Pays-Bas / Anne Puaux. – Paris : Payot, 1987. – 430 p., 8 p. pl. : ill. ; 23 cm. – (Bibliothèque historique, ISSN 0520-0601). Lit. opg. ISBN 2-228-14280-8

Madama : Margaretha van Oostenrijk, hertogin van Parma en Piacenza : 1522-1586 / door Jane de Iongh. – Amsterdam : Querido, 1965. – 455 p., [24] p. pl. : ill. ; 22 cm. – (Regentessen der Nederlanden ; 3). Met lit. opg.: p. 415-420. – index.

Les annees italiennes de Marguerite d’Autriche, Duchesse de Parme / S.A. van Lennep. – Geneve : Labor et fides, [1952]. – 147 p., 6 bl. pl. : ill. ; 23 cm. – (Van Gorcum’s historische bibliotheek ; 40)
Lit. opg.

Correspondance franaise de Marguerite d’Autriche, duchesse de Parme, avec Philippe II / éd. d’après les copies, faites par R.C. Bakhuizen van den Brink, par J.S. Theissen. – Utrecht : Kemink, 1925-1942. – 3 dl. (xvi, 488; xii, 444; [6], 470 p). : ill. ; 30 cm. – (Werken / uitg. door het Historisch Genootschap (gevestigd te Utrecht) ; 3e serie, no. 47, 74, 75)
Op het titelbl. ook: Ouvrage publié avec le concours du Gouvernement néerlandais pour faire suite à l’édition de M.L.P. Gachard. – Index.

I: Comprenant la correspondance de février 1565 jusqu’à la fin de 1567 – 1925. II: Comprenant le supplément de la correspondance du 16 février 1565 jusqu’au 27 septembre 1566 avec les pièces justificatives / éd. par H.A. Enno van Gelder – 1941. III: Comprenant le supplément de la correspondance du 3 octobre 1566 jusq’au 7 février 1568, avec les pièces justificatives / éd. par H.A. Enno van Gelder. – 1942.

Briefwisseling tusschen Margaretha van Parma en Charles de Brimeu, graaf van Megen, stadhouder van Gelderland, 1560-1567 / in het licht gegeven door J.S. van Veen. – Arnhem : Gouda Quint, 1914. – xii, 631 p. : portr. ; 25 cm. – (Werken, uitgegeven door Gelre ; no. 11). Met reg.

Margaretha von Parma, Statthalterin der Niederlande (1559-1567) / von Felix Rachfahl. – München [etc.] : Oldenbourg, 1898. – VI, 275 p. ; 23 cm. – (Historische Bibliothek ; Bd. 5)

Etudes sur les Pays-Bas au XVIe siècle : Charles-Quint, commencements de Philippe II, Marguerite de Parme et Granvelle / par Louis Wiesener. – Paris : Hachette, 1889. – IX, 220 p. ; in-8

Correspondance de Marguerite d’Autriche, duchesse de Parme, avec Philippe II / publiée par Gachard. – Bruxelles [etc.] : Muquardt, 1867-1881. – 3 dl. ; 28 cm. Correspondances franaises des gouverneurs généraux des Pays-Bas avec Philippe II.

Lettres inédites de Philippe II et de Marguerite de parme / communiquées par Ph. Kervyn de Volkaersbeke. – Anvers : Buschmann, 1849. – 14 p. ; 22 cm. Overdr. uit: Annales de l’Académie d’Archéologie de Belgique.

Correspondance de Marguerite d’Autriche, gouvernante des Pays-Bas, avec ses amis, sur les affaires des Pays-Bas de 1506-1528 / tirées des archives de Lille et publiée par ordre du gouvernement par L.Ph.C. van den Bergh. – Leyde : S. et J. Luchtmans, 1845-1847. – 2 dl. ; 22 cm. – (Gedenkstukken tot opheldering der Nederlandsche geschiedenis, opgezameld uit de archieven te Rijssel, en op gezag van het gouvernement uitgegeven ; 2-3). T. I: de 1506-1511. – 1845. – T. II: de 1511-1528. – 1847.

La Défense de Messire Antoine de Lalaing, comte de Hocstrate, … contre les fausses et appostées accusations des cas contenus ès Lettres patentes d’adjournement personnel … / publiée par la Société des bibliophiles de Mons, d’après l’edition originale de 1568 ; augmentée de la Correspondance inédite du comte de Hoochstraeten avec Marguérite de Parme, lors de sa mission à Anvers ; et d’une notice historique & biographique sur ce Seigneur. – Mons : Hoyois-Derely, 1838. – xxxi, 138 p. ; 24 cm. – (Publications / Société des bibliophiles de Mons ; No. 6). Tiré à 100 exemplaires destinés au commerce.