Satisfactie van Amsterdam


8 februari 1578

Het document van de ‘Satisfactie van Amsterdam’, waarbij de stad zich aansloot bij de prins van Oranje en de andere steden van Holland en Zeeland, is te bewonderen op de permanente expositie in het Stadsarchief van Amsterdam. Het stuk is tentoongesteld in de zogeheten Schatkamer, vitrine 39, nr. 2 (Archief van Burgemeesters)

Vindplaats

Pieter Christiaensz. Bor, Oorsprongk, begin, en vervolgh der Nederlandsche oorlogen, beroerten, en borgerlyke oneenigheden (4 dln., Amsterdam, 1679-1684) I, 924-926.

1. In den eersten, dat binnen Amsterdam in de vryheid en ambachtsheerlijkheid van dien, egene andere religie sal mogen gepredikt, geleert noch geexerceert worden dan d’oude catholijke roomse religie, en dat niemand van wat state, qualiteit, of conditie hy sy, sal mogen doen of iet attenteren, jegens de gemene ruste en vrede, sonderlinge tegens de catholijke roomse religie en d’exercitie van dien, noch niemand ter cause van dien injurieren of irriteren met woorden of met werken, noch niemand met gelijke acten te schandaliseren. Op poene van gestraft te worden als perturbateurs van de gemene ruste en vrede, behoudelijk dat de placcaten op ‘t stuk van de religie gemaekt, mitsgaders ‘t gevolg, en d’executie van dien, cesseren sullen en blijven gesuspendeert, en dat eenen yegelijken, van wat conditie, qualiteit, of state hy sy, vermogen sal in alle vrydom en versekertheid binnen de voorsz. stede te converseren, hanteren, en wonen, sonder tot het onderhoud van eenige ceremonien der voorsz catholijke roomse relige bedwongen te worden, en sonder te staen tot eenig begrijp, captie of pericul. En dat niemand geschieden sal eenig letsel of moeyenisse in ‘t gaen en wederkomen by dage en ter bequamer tijd, van de predicatie van de gereformeerde religie, of oeffeninge en d’excercitie van dien, die buiten de stad Amsterdam, vrydom en ambachts-heerlijkheid van dien, soude mogen geschieden, en dat ook niemand van wat state, conditie of qualiteit hy sy, sal mogen yemand van de voorsz gereformeerde religie ter cause van de selfde religie of exercitie, of oefeninge van dien, injurieren, of irriteren, met woorden of met werken: op poene van gestraft te worden, als perturbateurs van de gemene ruste, en vrede. Behoudelijk mede dat die van de voorsz. gereformeerde religie gedesigneert sal worden, by advijs van de regenten der voorsz. stede, eene ongewijde nochtans bequame en eerlijke plaetse, binnen der selver stede muren totte begravinge van hare doden, de welke geschieden sal in alder modestie sonder vorder convoy van volk als van 20 of 26 personen, na de qualiteit van den overleden, en den selven naest in bloede, maegschap of gebuerschap successivelijk bestaende, en sonder eenige vermaninge, sank, of andere uitwendige solemniteiten, op arbitrale correctie na gelegentheid van der sake.
2. Dat het leger en garnisoen te water en te lande van den Staten van Holland leggende voor de voorsz stede van Amsterdam opgeboden worden en vertrecken sal, terstond na dat by die van Amsterdam, sullen geschikt wesen ses ostagiers, als te weten: een van de jegenwoordige burgemeesteren, en de andere uit hare vroetschap, al beneden de 60 jaren sijnde, en by den voorsz Staten te nomineren om binnen Delft te blijven, tot dat de casseringe der soldaten, mitsgaders d’aenneminge van de nieuwe vendels, in de twe navolgende articulen gementioneert, sullen wesen geeffectueert, en langer niet.
3. Dat alle de gene die jegenwoordelijk binnen der voorsz stede van Amsterdam in soldie of anders onder den eed der voorsz. stede gehouden worden, metter daed sullen worden gecasseert, en daer van ontslagen, sonder dat die van Amsterdam voornoemt sullen vermogen om eenige oorsaken directe, of indirecte, in ‘t heimelijk of openbaer, wederom in dienst, of waertgeld yemand aen te nemen, dan met bewilliginge van sijne princelijke excell. en advijs van den Staten.
4. Maer also den stadhouder van Holland achtervolgende sijne instructie, en d’instructie van den Hove van Holland incumbeert en toestaet, te voorsien op de bewaernisse en versekertheid van den steden, en sterkten van Holland, sonder dat men vermag aldaer eenige knechten te lichten of de voorsz stede of sterkten met eenige garnisoen te besetten, dan onder sijn gebied, en die van Amsterdam, om contrarie te doen, egeensins en mogen verstaen worden geoctroyeert of geautoriseert te sijn. En ten einde een yegelijk in wat state, digniteit of qualiteit hy sy, geestelijk en wereltlijk, de magistraten en burgeren, inheemse en uitheemse koopluiden, in alle versekertheid mogen wesen gestelt en behoed, jegens alle oneenigheid, onrust of beroerte, die by eenige quaedwillige souden mogen worden aengerecht, of gepoogt worden aen te rechten, contrarie de Pacificatie, en gemene vrede, sal sijne excellentie en de Staten tot dien einde, en tot koste van ‘t gemeen land uit het corpus en burgers der voorsz stede, behalven alleenlijk uit degene die jegenwoordig onder eenige vendelen in dienst van sijn excell. sijn, aennemen terstond na de voorsz casseringe vier, vijf of 600 personen tot sijner Excell. of Staten goede discretie, de welke ook onder so veel vendelen (maer ten hoogsten tot vier) verdeelt sullen worden, als sijne excellentie of Staten sal gelieven. Over welke aengenomen personen voor een capitein gestelt sal worden den ouden Herman Rodenburg, den anderen capitein of capiteinen, mitsgaders de bevelhebberen, so dikmaels alst van noden wesen sal, sal sijn excell. of de voornoemde Staten van Holland met advijs van den borgemeesters van Amsterdam eligeren uit goede vreedsamige en onpartijdige borgeren, die totten tijde van de publicatie van de Pacificatie gemaekt tot Gent, binnen der stede van Amsterdam gewoont hebben: alle welke capiteinen, bevelhebberen en knechten, den coninklijken majesteit als grave van Holland, onder het gouvernement van mijn heere den prince van Orangie, en mijnen voorsz heere de prince als stadhouder, mitsgaders den Staten van Holland en Zeeland, sweren sullen gehou en getrou te sijn, en de Pacificatie binnen Gent gemaekt, mitsgaders dese tegenwoordige satisfactie, na haren forme en inhouden voor te staen, en onderhouden tot versekertheid en gerustigheid der voorschreven stede als boven, daer op voor den capiteinen, bevelhebberen, knechten of soldaten voornoemt respectivelijk de poincten en articulen van haren eed gemaekt, en gerecht, de welken ook voor het sluiten, de borgemeesters van Amsterdam gecommuniceert sullen worden, ten einde dat syluiden mogen sien, of de selve de Pacificatie en dese satisfactie niet en contrarieren, sonder dat men de voorsz. soldaten in andere sake eenigsins sal gebruiken, binnen of buiten der voorsz stede, of dat sijne excell. of de Staten voornoemt de selve by cassatie, souden mogen verminderen onder 400 hoofden, ten ware by verwilliginge van de magistraet der selver stede van Amsterdam, en sullen de voorsz vaendelen alle maends betaelt worden uit ‘t gunt binnen der voorsz stede ten behoeve van ‘t land van Holland sal worden gecollecteert, so verre ‘t selfde strecken mag, indien niet uit andere penningen by den voorsz. heeren Staten te furneren.
5. Des en sal de voornoemde stede Amsterdam met egene andere soldaten van sijne princelijke excellentie of der Staten tot eeniger tijd belast worden, ten ware den hoge nood van de vyand sulx mochte vereysschen, ‘t welk staen sal tot goeddunken en discretie van sijne excellent. in welken gevalle de voornoemde soldaten mede binnen de stad sullen blijven, en sullen de voorsz andere soldaten al eer in de stad te komen, mede doen den eed hier boven gementionneert, de welke ook haar logijs-gelt van de Staten ontfangen sullen, en voorts getracteert worden als andere soldaten in Holland, en betaelt als boven, en sullen de selfde de nood cesserende wederom uytgetogen worden.
6. Noch en sullen ook de voornoemde van Amsterdam, niet gehouden wesen eenige soldaten passagie of deurtogt door de selve stede t’accordeeren dan by believen van de magistraet aldaer.
7. En sullen boven dien tot meerder behoed en versekertheid der selver stede, en van de inwoonderen aldaer, wederom opgerecht worden de drie schutteryen in welke voor al komen sullen, die gene die eertijds schutteren geweest hebben en noch in het leven sijn, in gelijke gestaltenisse en qualiteit in de welke syluyden van te voren waren, en sullen de vacerende plaetsen vervult worden uyt de gequalificeerste en vreedtsamigste borgeren sonder uitneminge van personen, of de selve gebannen zijn geweest of niet, en dat by vier personen, van de welke daer toe sijn excellentie of de Staten voornoemt twe borgers na haer welgevallen sullen committeren, en de andere twe sullen by de borgemeesters en regeerders mede na haer welgevallen gecommitteert worden, de welke vier personen so verre en dikmael zy luiden niet konnen accorderen, sullen vermogen den vijfde daer toe te kiesen, en so verre sy in den vijfden ook niet konnen vergelijken, sullen t’elke reise als het selfde sal gescheiden, haer different met lotinge nederleggen, en dit al om des te beter alle vrundschap en eenigheid onder den borgeren te doen wederom aenwassen, en metter tijd begroeyen, sonder dat het selve getogen sal worden in consequentie, of dat ymands gerechtigheid in de oprechtinge en vervullinge van de selfde schutterye by desen sal worden geprejudiceert.
8. En sullen alsulx alle borgeren van Amsterdam, so wel de gene die daer uit gebannen, gedreven of by haer luider eigen wille vertrocken mogen zijn, voor dese tijd vry mogen wederkeren, en genieten haerluider poort-recht en gilde-recht, sonder dat hen ter cause van dien iet afgeeischt sal mogen worden, nochte sy luiden gehouden zijn iet ter cause van dien te betalen, wel verstaende dat sy luiden sich binnen der voorsz stede begeven sullen voor Bamisse naestkomende, en dat onder protestatie van non prejudicie, en onder dat selfde sal getrocken worden in consequentie.
9. Dat de officianten die van oude herkomen tot sekere ampten binnen der voorsz stede zijn gestelt, in den selven ampten wederom sullen treden en komen so verre de selve ampten niet en hebben seker getal van personen, de welke gehouden sullen zijn haer luiden in tijde van onraed en nood, een jegelijk op sijnen houfslag en quartiere te laten vinden, en niet op eenige particuliere plaetsen of by der magistraten, welverstaende dat ten brande en ter byte gehouden zijn te komen die van ouds daer toe zijn gedestineert. En sullen de borgemeesteren boven 40 personen tot de gewoonlijke nachtwacht niet mogen houden, de welke sullen moeten zijn bequame en vreedsamige personen, tot haer luider discretie.
10. Dat de borgemeesteren, regeerders, schutters, officianten en andere borgers en ingesetenen van Amsterdam voornoemt, weerlijke personen zijnde, den behoorlijken eed sullen doen de coninklijke majesteit als grave van Holland, mijn heere den prince van Orangie en de stad van Amsterdam onder de gehoorsaemheid van mijn heere de prince gehou en getrou te zijn, mitsgaders alle poincten van de voorsz pacificatien en deser satisfactie t’onderhouden, en alle gemene resolutien van de Staten tot de beleidinge van des gemene lands-saken en tot den gemenen beste, de pacificatie tot Gent, en dese satisfactie niet contrarierende, na te komen, en boven dien den eed, sijn officie, dienst of ampt en ordonnantien daer op respectivelijk gemaekt, gesamentlijk den eed sijn poorterschap, inwoonderschap of van ouds concernerende, in’t gunt de selfde niet contrarieert de voornoemde pacificatie, en satisfactie respectivelijk. En belangende de geestelijke personen, sullen daer in volgen ‘t gene dat den bisschop van Haerlem daer in sal ordonneren, tot wiens discretie die van Amsterdam hen gedragen en remitteren by desen.
11. Dat alle der voorsz stede privilegien, handfesten, costumen, keuren, rechten en usantien, de voornoemde pacificatie en satisfactie niet contrarierende, sullen blijven in haer jegenwoordige vigeur, en onvermindert na ouder gewoonte, uitgesondert de privilegien, handvesten en costumen, die staende en gedurende dese troublen, sonder advijs van de Staten van Holland verkregen en ingebracht zijn, de welke by dese verklaert en gehouden worden voor nul, en van geender waerde, behalven ‘t poinct by die van Amsterdam verworven, dat alle sententien by den gerechte der selver stede gewesen, reparabel zijnde by der diffinitive, hare executie hebben sullen, onder cautie suffisante, en dat den succumbant sijn keure en optie sal hebben, om van de sententie tegens hem gewesen te provoceren, ‘t zy aen den Rade der coninklijke majesteit van Holland, of voor de coninklijke majesteits groten Rade tot Mechelen, mitsgaders ‘t poinct dat de vryheid en de jurisdictie so civil als crimineel des schouts, borgemeesters en schepenen aldaer, uitgestrekt en vergroot zijn ter zee en te lande van 400 roeden van 13 voeten boven de oude limiten, om binnen de selfde alle acte van justitie te exerceren: welke poincten en het effect van dien voor als noch geschorst blijvende, sullen ten principale worden geremitteert tot de decisie van de Generale Staten.
12. En so veel belangt de octroye by die van Amsterdam, staende dese trouble, verworven, om te mogen geld op renten nemen, sullen de selfde, mitsgaders het effect van dien, en ‘t gunt datter uit gevolgt is, blijven van kracht en waerde.
13. En aengaende de questie van de paelkist, so sullen de voorsz. van Amsterdam en die van Enchuisen elk op haer goed recht blijven, sonder daer in aen de een of de ander zijde verkort te zijn by desen, volgende de Pacificatie.
14. Dat mede de navigatie en negotiatie dien volgende geexerceert en gevordert sullen worden, so ter regard van de vreemden, als inwoonderen der voorsz. stede, gelijk die altijds van ouds geexerceert en onderhouden is geweest. Dies so sullen die van Amsterdam, om des noods wille daer in sy zijn, gedogen dat de convoygelden by die van Holland en Zeeland voornoemt opgestelt, of by gemene bewillinge van den Staten op te stellen, mede ontfangen worden binnen de voorschreven stede, onvermindert haer privilegien ter contrarie, en sonder dat ‘t selve getrocken sal worden in consequentie.
15. Dat die van Amsterdam sullen vry en ontlast blijven van alle schulden en lasten van Holland en Zeeland gemaekt, sedert den 1 january anno 1572, of als noch te maken, tot den dage toe henluiden de voorsz satisfactie volkomelijk geaccordeert sal zijn, uitgeseid de gene daer over sy luiden selfs gestemt mogen hebben. En dat over sulx alle de middelen van contributie, die om te vervallen de voorschreven lasten en schulden opgestelt sullen worden, of alrede binnen de steden van Holland en Zeeland, of ten platten lande loop hebben, aldaer en in de vryheid der voorz stede, geen plaets en sullen hebben. En van gelijken sullen de uitgewekene niet mogen gequotiseert of capitalijken beswaert worden voor eenige lasten of schulden by die van Amsterdam voor date van de satisfactie gemaekt, welverstaende dat de voornoemde van Amsterdam binnen de selve stede eenpaerlijk sullen mogen omslaen om te vervallen hare lasten en schulden, den 100sten pennink over de onroerende goeden aldaer.
16. Maer om te vervallen de penningen die van node sullen zijn tot de defensie van Holland en Zeeland, mitsgaders onderstand van den anderen provincien van nu voortaen, of om voortaen te contribueren mette selve provincien, so sullen die van Amsterdam hen voegen mette andere lidmaten van den Staten van Holland, staetswijse op ‘t stuk van de contributien of ommeslagen vergadert, sulx dat binnen der selver stede en hare vryheden mede in trein gebrocht sullen worden, den 1 marty toekomende, die middelen van contributien die in de andere steden en over ‘t gemeen land sullen opgestelt wesen, en loop hebben ten fine voorsz, en sal voor de eerste reise peilinge geschieden ook ten huise van de borgerie, en niet alleen van den tappers. En de voorsz Staten van Holland en Zeeland, sullen de voorsz van Amsterdam bevrijden van de voorschreven tijd af, van ‘t gunt sy luiden in ‘t particulier souden mogen contribueren, ten aensien van de vereeniginge mette Generale Staten in respecte van de unie by hen luiden particulierlijk metten selven gemaekt.
17. En sullen de voorsz van Amsterdam van den voorsz tijd af, te weten van de leveringe van de ostagiers, staen tot sulke vryheid en gerechtigheid als zy van ouds gehad hebben, te weten: dat so verre middelretijd eenige contributie geschied, sy luiden daer mede op gehoort sullen worden.
17. [Sic, red.] Des so sullen tot vervallinge der particuliere lasten en schulden der voorsz stede ten minsten so lange de magistraet der selfde stede ‘t selve geraden dunkt, blijven in weerde de accijsen en imposten opte kleine bieren van twe gulden, en nederwaert: en op de beesten, vleesch en koorn binnen der voorschreven stede en hare vryheid jegenwoordig loop hebbende, wel verstaende dat so veel aengaet de accysen en imposten van de wijnen, en sware bieren, boven twe gulden sy luiden hen conformeren sullen na de accysen en imposten, volgende d’ordonnantie dies aengaende gemaekt.
18. Dat die van Amsterdam niet en sullen tot eenigen tijd verbieden of verhinderen ‘t uitvoeren van het koorn uit de selfde stede, welverstaende dat sy luiden sullen mogen behouden tot hare provisie so veel, als de voorsz Staten in hare discretie sullen bevinden te behoren.
19. Dat mede den borgeren en inwoonders der voorsz stede en van de vryheid van dien, so geestelijk als wereltlijk, mitsgaders de collegien, cloosteren, en andere Gods huisen aldaer zijnde, in conformité en na uitwijsen der pacificatie sullen mogen aenveerden metter daed en behouden alle hare goederen in Holland en Zeeland gelegen, so roerende als onroerende partyen en credijten, sonder dat van node sal wesen daerom te versoeken en t’obtineren eenige vorder ordonnantie in ‘t generael of particulier, niet jegenstaende eenige bevelen ter contrarien den ontfangers van de confiscatien of anderen gedaen of als noch te doen, by wien dattet zy.
20. En ten einde alle oorsaken van dissensie, geschil en ongemak, behoed en geprecaveert mogen worden; so sal den officier der voorschreven stede van Amsterdam, niet vermogen jemand te causeren ter cause dat hy jemand uit sake van eenige van beide der religien of exercitie van dien met woorden of met werken soude hebben geinjurieert of geirriteert, of met gelijke acte ter cause van de voorschreven catholijke roomse religie geschandaliseert, ten ware al voren by de ondergenoemde personen de informatie des officiers doorsien en gevisiteert zijnde, verklaert sal worden dat de voorschreven personen jemand ter cause van de voorseide religie respectivelijk, of exercitie van dien soude hebben met woorden of met werken geinjurieert, of met gelijke acte uit cause der voorsz catholijke roomse religie geschandaliseert. Tot welken fine sijn excellentie of Staten van Holland, sullen committeren twe burgeren na haer geliefte. Insgelijx de burgemeesteren van Amsterdam twe personen mede na hare geliefte, de welke t’elkenmael sy luiden niet konnen accorderen, sullen te samen den vijfden kiesen, uit de notabelste en vreedsamigste burgeren tot den dage van de pacificatie in de stad geweest hebbende.
21. Dat allen den genen die binnen Amsterdam sullen willen komen of voor eenen merkelijke tijd resideren, sullen sweren t’onderhouden de pacificatie en dese satisfactie, ten minsten so lange als sy luiden hen binnen der voorsz stede onthouden sullen.
22. En ingevalle eenige burgeren der voorsz stede, van wat state, qualité, of conditie hy zy, uit diffidentie of andere oorsaken sullen willen vertrecken metter wone, in andere plaetsen van Holland, of daer buiten, dat sy luiden ‘t selfde sullen mogen doen soender eenig belet of hindernisse, den welken in sulken gevalle volgen sullen hare meubele goederen, mitsgaders de vruchten en inkomsten van hare andere goeden, alle welken goederen sy luiden behouden sullen of mogen verkopen, vervreemden, en doen verkopen en doen vervreemden, sonder om ‘t voorsz vertrek of vervoeren der voorsz goederen, vruchten en penningen daer van komende, iet te gelden by maniere van cont[r]ibutie of impositie. En dit al behouden ‘t recht van exue der plaetse ‘t selve competerende, en ten ware hem jemand voegde by den vyand.
23. Voorts also die van Amsterdam, om te doen cesseren alrehande calange gepresenteert hebben, alle ‘t werk van haer-luider gouvernementen, gevolg en aenkleven van dien te verantwoorden voor de Generale Staten, of voor den Rade van Staten, en de voorsz Staten niet en verstaen dat eenige accusatie soude mogen geschieden van ‘t gunt in Holland geschied soude zijn, en van personen hem hier in Holland onthoudende extra provinciam, als wesende jegens de privilegien van de lande, en directelijk jegens de pacificatie tot Gent, so is dat sijne excellentie en Staten van Holland voornoemt, alle de accusatien, querëlen, en molestatien, die jegens eenige van Amsterdam, hare weduwen of erfgenamen en dienaers souden mogen geschieden ter cause van ‘t voorgaende gouvernement der selver stede gevolg en aenkleven van dien, hebben gesuspendeert en suspenderen by desen, ten tijde dat op het resort van den groten Rade by de Generale Staten volgende de voorsz pacificatie gedisponeert sal zijn.
24. Alle welke voorsz poincten en articulen van satisfactie, sal zijn excellentie en Staten van Holland en Zeeland doen avoyeren, by hare geassocieerde, met belofte dat sy luiden daer tegens niet doen, doen doen, noch gedogen sullen daer tegens gedaen te werden, directelijk of indirectelijk in eeniger wijse of manieren. Sullen ook de Generale Staten, mitsgaders de Staten van de stad en landen van Utrecht, doen requireren om alle de selfde poincten te advoyeren, mede te besegelen.
Aldus gedaen en gesloten op den achtsten february anno 1578 en tot meerder vastigheid by den Staten van Holland, so uit den naem van sijne excellentie, volgende hare speciale procuratie, als voor hem selven besegelt, en by den gedeputeerden van mijn heeren de Staten van Utrecht als intercesseurs en getuigen, en by de voorgenoemde personen getekent, en was ondertekent, Reinier Cornelisz, Reinier Heindrixsz, Adriaen van der Mijle, Jan Vechtersz, Jacob Cantert Persoon, Arenth Bouwer, Jan Michiel Loefz, Jan Persijn, Adriaen van Zuilen, Louf van der Haer, Frans Both, Floris Thin.

Literatuur

[Over : G. Coops, De opheffing der Satisfactie van Amsterdam (1581). Amsterdam, A.H. Kruyt 1919. Prft. Amsterdam.] / N. Japikse In: Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde, ISSN 0920-5284: vol. 7 (1920), pag. 111.

De opheffing der satisfactie van Amsterdam / H. Brugmans. In: Amstelodamum : orgaan van het Genootschap Amstelodamum, ISSN 0165-9278: vol. 6 (1919), pag. 57-60.

De opheffing der satisfactie van Amsterdam / door Gerritje Coops. – Amsterdam : Kruyt, [1919]. – [VI], 331 p. ; 25 cm
Proefschrift Universiteit van Amsterdam. – Lit. opg. – Boek wordt verfilmd Metamorfoze UBU.

Satisfactie voor die van Amsterdam, ghemaeckt ende besloten tusschen den […] prince v¯a Orangien […] e¯n den burgemeesteren […] van Amsterdam. – Delft, pr. A. Hendricxsz, [not before 1578], [not before 1578]. – in-4. – A-B4
TB 4466. – Knuttel 335.

Den Haag, KB : 120 C 36

Kopie-ontwerp voor het Verdrag van Satisfactie, voorlopig gesloten tussen de stad Amsterdam en prins Willem I van Oranje te Brussel; okt. 1577. – [ca. 1577]. – Papier, 4 fol. ; in folio. Herkomst: In 1927 geschonken door W.G. Grottendieck. Literatuur: Jaarverslag: In Verslag KB (1866-): 1927 niet vermeld