Mendoza y de la Cerda, Ana de, prinses van Eboli

Cifuentes, ca. 1540 – Pastrana, 2 februari 1592

Adellijke Spaanse hofdame, echtgenote van Ruy Gómez

Biografie

Ana de Mendoza diende aan het hof van koningin Isabel de Valois en stond op zeer goede voet met haar. Haar relatie met Filips II valt moeilijker te omschrijven. Er deden in ieder geval geruchten de ronde dat haar oudste zoon Rodrigo het gevolg was van een intieme relatie met Filips. Deze zoon was als enige van haar kinderen blond, zoals ook de natuurlijke zoon van Filips II, de prins van Ascoli. Ana behoort tot de beroemde ‘femmes fatales’ uit de historische literatuur van vooral de negentiende eeuw. Zij was dus wellicht de minnares van Filips II, onder oogluikend toezicht van haar echtgenoot, en later zou ze de minnares geworden zijn van de secretaris die als boodschapper tussen Filips en zijn geliefde had gediend: Antonio Pérez. Deze ménage à trois zou slecht aflopen voor Ana en haar secretaris. Het feit dat zij al jong haar rechteroog had verloren als gevolg van een ongeluk bij het schermen, heeft zeker bijgedragen aan haar bijzondere plaats in de Spaans geschiedenis. Het zwarte lapje dat zij voor haar oog droeg, is ondermeer bekend van het portret dat Sánchez Coello van haar heeft geschilderd.

Het drama ontwikkelt zich rond de moord op Juan de Escobedo, de secretaris van Don Juan van Oostenrijk. De romantische lezing van het verhaal is dat Escobedo Ana en Antonio had betrapt in een compromiterende situatie als gevolg waarvan zij de moord beraamden. Ana zou daarbij de kwade genius achter de misdaad geweest zijn. Waarschijnlijker is echter dat de relatie tussen Ana en secretaris Antonio Pérez vooral een politieke lading heeft gehad. Na de dood van de prins van Eboli in 1573 zou Ana haar invloed proberen te vergroten middels deze samenwerking met de machtigste politicus uit de oude factie rond haar gestorven echtgenoot.

Secretaris Antonio Pérez heeft waarschijnlijk een belangrijkere rol gespeeld. Deze sluwe politicus speelde een uitermate geraffineerd dubbelspel in de moeizame betrekkingen tussen Filips II en zijn populaire halfbroer. Juan de Escobedo zou daar ook bij betrokken zijn geweest. Pérez probeerde beide partijen te vriend te houden en wisselde daarbij ook geheime informatie uit Madrid uit met zijn collega in de Nederlanden. Beide secretarissen behoorden tot dezelfde factie van de Ebolistas. De relatie tussen beide secretarissen lijkt echter bekoeld te zijn geraakt en toen Escobedo vanuit de Nederlanden naar Spanje kwam zou Pérez gevreesd hebben voor onthulling van zijn dubbelspel. Hij wist Filips II te overtuigen van de slechte bedoelingen van Escobedo, zodat de koning de moord op Escobedo gesanctioneerd lijkt te hebben.

Desondanks worden na de moord op 31 maart 1578 zowel Pérez als Ana de Mendoza gearresteerd. Door bemiddeling van haar machtige schoonzoon, de hertog van Medina Sidonia, mag Ana op een gegeven moment haar gevangenschap uitzitten in haar eigen paleis in Pastrana. Daar zou ze op 2 februari 1592 overlijden.

Ana was de dochter van de tweede graaf van Mélito, Diego de Mendoza en van Catalina de Silva, de zuster van de graaf van Cifuentes. Haar grootvader was de tweede zoon van de beroemde kardinaal Mendoza en haar grootmoeder Ana de la Cerda was verwant met de graven van Medinaceli. Vanwege haar moeder gebruikte Ana de Mendoza eveneens de achternaam De Silva. Ana huwde in 1552 als jong meisje van dertien jaar oud met de bijna 25 jaar oudere prins van Eboli. Tot 1559 zouden ze elkaar echter niet meer zien vanwege zijn verblijf in de Nederlanden en het huwelijk werd pas geconsumeerd bij diens terugkeer. Uit de in totaal tien zwangerschappen kreeg Ana een dochter Ana (1561, op 4-jarige leeftijd beloofd aan de toekomstige hertog van Medina Sidonia, Alonso Pérez de Guzman), Rodrigo (1562, tweede hertog van Pastrana) en Diego (1564, hertog van Francavila). Na de dood van haar echtgenoot in 1573 trad ze eerst kortstondig in in het klooster van Pastrana. Ze trad in op de dag van het overlijden van haar echtgenoot als zuster Ana de la Madre de Dios. Twee dienaressen dienden tegelijkertijd in te treden. Na zes maanden liet Filips II haar daar uit halen. In 1576 verliet ze Pastrana voor Madrid.

Raymond Fagel

Literatuur

J. García Mercadal, La princesa de Eboli (Barcelona, 1992)

Gregorio Marañón, Antonio Pérez (2 vols., Madrid, 1958)