Filips IV van Spanje

Filips IV (1605-1665), koning van Spanje 1621-1665

Biografie

Na tachtig jaren oorlog sloten de Spaanse koning Filips IV en de Republiek der Verenigde Nederlanden in 1648 in het Westfaalse Munster vrede. De Spaanse vorst erkende in het vredesverdrag de Nederlandse onafhankelijkheid. Spanje en de jonge staat besloten ook op gelijkwaardige voet diplomatieke betrekkingen met elkaar te onderhouden. Hoewel Spanje al in 1649 in Den Haag een permanente ambassade opende, stuurden de Staten-Generaal pas in 1660 een bijzondere diplomatieke missie naar Madrid. Toen de gezanten van deze eerste Nederlandse ambassade in Madrid de vijfenvijftige jarige Filips IV in audiëntie ontmoetten, troffen zij een oude gebroken man. Sinds een aantal jaren leed de koning aan nierstenen die hem zo heftige pijnaanvallen bezorgden dat hij er het bewustzijn door verloor. Trillingen in zijn armen maakten hem het schrijven nauwelijks meer mogelijk. In 1659 was hij aan een arm en een been verlamd geraakt. Hij zou deze nieuwe lichamelijke aandoening opgevat hebben als een teken dat het einde nabij was. Niet alleen fysiek was Filips een gebroken mens, maar ook zijn psychische weerbaarheid was sterk afgenomen door de vele tegenslagen die hij in zijn leven had moeten verduren. Zijn geliefde vrouw Isabella van Bourbon, die hem steeds tot grote steun was geweest, ondanks zijn voortdurende seksuele ontrouw, had hij in 1644 verloren. Zij had hem zes kinderen gebaard, van wie er maar één hem overleefde. Zijn tweede vrouw, Mariana van Oostenrijk, schonk hem vijf kinderen. Twee ervan, Margarita Teresa, die met de keizer in Wenen huwde, en Karel waren levensvatbare kinderen. Karel, die zijn vader zou opvolgen als koning van Spanje, was echter ziekelijk en mismaakt. Ook velen van zijn meer dan veertig bastaardkinderen bij zijn talrijke minnaressen stierven vroegtijdig, als zij al levend ter wereld kwamen. Zijn zoon Juan José de Austria, die hij als enige van zijn buitenechtelijke kinderen erkende, had hem mogelijk levensvreugde kunnen geven, als deze niet zo onverbloemd op de koninklijke macht was uitgeweest. In 1665 leidden de pretenties van deze natuurlijke zoon tot een definitieve breuk met zijn vader.
Het koningschap van Filips IV kende al even zoveel rampspoed als zijn gezinsleven. Begonnen zijn eerste regeringsjaren in 1621 met nieuwe hoop en succes voor de Spaanse monarchie met schitterende overwinningen onder andere op de Hollanders in de Straat van Gibraltar (1621), de inneming van Breda (1625) en de herovering van Bahia in Brazilië (1625), daarna zou het voornamelijk bergafwaarts gaan. Filips had de regering van zijn rijk grotendeels overgelaten aan de Don Gaspar de Guzmán y Pimentel, de Conde-Duque van Olivares. Deze ambitieuze staatsman wilde de machtige positie en het aanzien van Spanje ten tijde van Karel V en Filips II herstellen. Met te weinig middelen stortte deze eerste minister van Filips IV het Spaanse rijk in een reeks desastreuze buitenlandse oorlogen die Castilië, het centrum van het rijk, tot aan de rand van de afgrond bracht. Toen de integriteit van Spanje door de Fransen werd aangetast en op het Iberisch schiereiland zelf Catalonië en Portugal in opstand kwamen, moest Olivares na 22 jaar heerschappij in 1643 wijken. Mede door de grote oorlogsinspanningen en de fiscale druk die deze met zich meebrachten, moest Spanje, en in het bijzonder Castilië, een diepe en langdurige economische crisis doorstaan.
Hoewel Filips IV zich had voorgenomen om sinds het vertrek van de Conde-Duque in 1643 zelf te regeren samen met een aantal vooraanstaande edelen als de graaf van Castrillo en de hertog van Medina de las Torres, trad vrij snel toch weer één man, Don Luis Méndez de Haro naar voren die in feite het Spaanse rijk regeerde. Filips moest het aanzien, zonder daar zelf weinig aan te kunnen veranderen, dat zijn rijk begon af te brokkelen. Hij zou de eerste Spaanse Habsburger zijn die de erfenis van zijn voorouders niet zonder verlies van territoria kon doorgeven. De Noordelijke Nederlanden, het koninkrijk Portugal en zijn koloniën gingen verloren, delen van de Spaanse Nederlanden waren in handen gevallen van de Fransen en de Republiek. Rousillon en Cerdagne werden in 1659 bovendien Frans grondgebied.
Filips, die lang een losbandig leven van feesten, jachtpartijen en vele amoureuze avonturen had geleid, werd later, sinds 1644, door de dood van vele familieleden en de politieke tegenslagen een somber mens vol met zelfverwijt. Hij kwam sterk onder de invloed te staan van een kloosterlinge met wie hij een intensieve correspondentie onderhield: Sor María de Agreda. Ze fungeerde als een soort mental coach voor de besluiteloze koning, maar wakkerde bij hem het gevoel aan dat de val van zijn rijk zijn persoonlijke schuld was vanwege zijn levenswandel en onmacht.
Filips wordt apathie, gebrek aan wilskracht en tekort aan betrokkenheid bij staatszaken verweten. Politiek had niet zijn grootste belangstelling. Die lag bij de beeldende kunst en de kunst der letteren. Hij schijnt een verdienstelijk schilder en beeldhouwer te zijn geweest en schreef toneelstukken. De schitterende paleisinterieurs en de kwalitatief hoogstaande en grootste schilderijenverzameling van zijn tijd zijn de duidelijkste weerspiegeling van zijn interesses.

Maurits Ebben

5 september 2005

Literatuur

A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden VI (Haarlem, 1859) 92-93

Biographie Nationale de Belgique XVII (Bruxelles, 1903) 296-300 (Emile de Borchgrave)

Nationaal Biografisch Woordenboek : niet opgenomen

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek I (Leiden, 1911) 1412 (S.P. Haak)

Nouvelle Biographie Nationale : niet opgenomen

Diccionario de los reyes de España II 1474-1996 (Madrid 1999) 197-216 (M. Ríos Mazcarelle)

A palace for a king : the Buen Retiro and the Court of Philip IV / Jonathan Brown and J.H. Elliott. – Rev. and expanded ed. – New Haven, Conn ; London : Yale University Press, 2003. – 304 p. : ill. (some col.). ; 29cm
Previous ed.: 1980. ISBN 0-300-10185-6

Een paleis voor een koning : het Buen Retiro en het hof van Filips IV / Jonathan Brown en J.H. Elliott ; [vert. uit het Engels door Margot Bink … et al.]. – Amsterdam : Agon, cop. 1993. – XI, 317 p., [32] p. pl. : ill., schema’s. ; 24 cm. Vert. van: A palace for a king : the Buen Retiro and the Court of Philip IV. – New Haven [etc.] : Yale University Press, 1980. – Met lit. opg., reg. ISBN 90-5157-105-4

Philip IV and the government of Spain, 1621-1665 / R.A. Stradling. – Cambridge [etc.] : Cambridge University Press, 1988. – XVII, 381 p., [16] p. pl. : ill. ; 24 cm. Met lit. opg. – Index. – Includes bibliography and index. ISBN 0-521-32333-9

The Count-Duke of Olivares : the statesman in an age of decline / J.H. Elliott. – New Haven ; London : Yale University Press, c1986. – XXVIII, 733 p. : ill. ; 24 cm. Lit. opg. ISBN 0-300-03390-7

L’Espagne de Philippe IV (1621-1665) : (“siècle d’or et de misère”) / par Michel Devèze. – Paris : Société d’édition d’enseignement supérieur, 1970-1971. – 2 dl. (611 p.)., 16 pl. : ill. ; 19 cm. – (Regards sur l’histoire, ISSN 0768-1283 ; 11, 12). 1: 1970. 2: 1971.

The Court of Philip IV. Spain in decadence / Martin Andrew Sharp Hume. – London, 1907. – XIV,528p. : ill. ; 23 cm

Estudios del reinado de Felipe IV / A. Cánovas del Castillo. – Madrid : Pérez Dubrull, 1888. – 2 dl. ; 18 cm. – (Colección de escritores Castellanos. Historiadores ; 67, 71)